Zorgverbreding op de Vlaamse Reus

Kind & Motoriek één van de onderdelen van de zorgverbredingZorgverbreding is de organisatie rondom kinderen die extra zorg nodig hebben. Zorg die de groepsleerkracht niet alleen kan bieden.

 

School ondersteuningsprofiel

Op De Vlaamse Reus wordt ontwikkelingsgericht gewerkt. Dit betekent dat de lesinhouden en het pedagogisch klimaat vorm krijgen op basis van de relatie die de leerkracht met zijn kinderen heeft. We trachten rekening te houden met de persoonlijke behoeften en talenten van de kinderen, de verantwoordelijkheden die de school en de leerkracht hebben én de persoonlijkheid van de leerkracht. Dit resulteert in een cultuur waarin over het algemeen met plezier wordt gewerkt en geleerd. In veruit de meeste gevallen verloopt dit proces op een goede manier. Soms echter is er iets meer nodig, incidenteel is er zelfs veel meer nodig. Hiertoe zijn mogelijkheden op onze school, maar die zijn niet onbeperkt.

 

1) Leerkracht:

Wanneer er íets meer nodig is kan de leerkracht hier een rol in spelen. Er wordt extra instructie gegeven, individueel of in kleine groepjes. Mocht dit niet voldoende blijken dat wordt er een plan opgesteld en met de ouders besproken omtrent extra instructie in de klas.

Mocht ook dit niet helpen dan wordt de hulp ingeroepen van de intern begeleider, die helpt de leerkracht de behoefte van het kind beter in beeld te brengen. Samen wordt dan bepaald, of en, hoe aan de behoefte van het kind tegemoet kan worden gekomen.

2) RT:

Mocht dit niet het gewenste resultaat opleveren, dan wordt gekeken of de Remedial Teacher hier een rol in kan spelen. In een sessie van zes weken wordt een concreet plan uitgewerkt en daarna met de ouders en de leerkracht geëvalueerd. Daarna herneemt het leerproces op dit specifieke gebied zijn loop in de groep.

Mocht het eerste plan niet voldoende resultaat hebben opgeleverd. Dan kan éénmalig worden besloten de RT-periode te verlengen. In veel gevallen kan het kind dan verder in de groep.

Wanneer het een gedragsprobleem betreft kan de hulp worden ingeroepen van de gedragsspecialist die aan de school verbonden is. Ook voor gedragsproblematiek geldt de cyclus zoals hierboven beschreven met de remedial teacher. In geval van gedragsproblemen kunnen ouders ook contact opnemen met de opvoedondersteuner van het OKT (OuderKindTeam). Zij is één dag per week op school.

3) Extern onderzoek:

Na een periode van remedial ondersteuning (of gedragsaanpak) waarin het kind onvoldoende vorderingen heeft laten zien zal een extern onderzoek worden gestart om te traceren wat de oorzaak is. Ouders gaan met dit onderzoek akkoord wanneer in overleg is vastgesteld dat de eerdere trajecten niet voldoende opleverden. Dit onderzoek kan uitgevoerd worden door een van de instanties waar de school intensief mee samenwerkt. Zonder dit onderzoek heeft de school onvoldoende kennis omtrent de onderwijsbehoefte van het kind en kan het kind derhalve onvoldoende ondersteunen.

Uit het onderzoek volgt meestal een advies, soms zijn er handelingsadviezen voor de school en de ouders. Soms wordt vastgesteld dat De Vlaamse Reus niet de plek is om aan de onderwijsbehoeften van het kind tegemoet te komen. In deze fase wordt meestal het SamenwerkingsVerband Nieuw West ingeschakeld om school en ouders te adviseren. Wanneer De Vlaamse Reus niet de beste plek lijkt voor een kind, wordt gezocht naar een school voor SpeciaalBasisOnderwijs of Speciaal onderwijs.

Over het algemeen wordt dit onderzoek betaald uit de gelden van school. Soms echter is het ook mogelijk een onderzoek aan te vragen via de huisarts. In die gevallen wordt een onderzoek betaald door de zorgverzekeraar.

Wanneer het om gedragsproblematiek gaat wordt de ondersteuning ook vaak vormgegeven door een ambulant begeleider. (Iemand met ervaring in het Speciaal Onderwijs) Diegene komt dan in de klas ondersteunen en verzorgt ook overleggen en verslaglegging hiervan.

4) Grenzen:

Het is bijzonder lastig om te formuleren wat we als school nog wél en níet aankunnen. Dit is sterk afhankelijk van de groepssamenstelling en het karakter van het betreffende kind. Bij twijfelgevallen doen de intern-begeleiders in samenspraak met de directie en leerkracht een uitspraak. Ouders worden betrokken bij /op de hoogte omtrent het proces.

Het is onze intentie kinderen zo lang en goed mogelijk op school te begeleiden. Lukt dit echter niet of zijn de gevolgen voor het kind en de groep te groot dan is het voor een kind beter op een andere school onderwijs te genieten.

Alle kinderen in de groep hebben, naast een veilige leer- en werkomgeving, recht op een evenredig deel van de aandacht van de leerkracht.

In de praktijk hebben we ervaren dat we binnen de klas soms een kind hebben dat zowel door de leerkracht als medeleerlingen wordt ervaren als grensoverschrijdend (niet luisteren, grof taalgebruik, anderen pijn doen). De mate waarin van bedreiging sprake is wordt vastgesteld door leerkracht én intern begeleider. In geval zoals bovenstaand, kan sóms handhaving op school plaatsvinden maar zal een realistische ondersteuningsbehoefte en hiermee samenhangende ondersteuning geformuleerd worden vanuit de school en leerkracht, dit met het doel het gedrag van het betreffende kind ten goede te veranderen. Het gevoel van veiligheid moet ten te allen tijde gewaarborgd te zijn.

Er dient geïnventariseerd te worden wat oorzaak van dit gedrag is en hoe de aanwezigheid van deze leerling weerslag heeft op de rest van de groep. Vervolgens moet gewaarborgd worden dat de ondersteuning van een zorgleerling niet ten koste gaat van de aandacht voor de groep en/of andere leerlingen. Mocht hier wel sprake van zijn, neemt de directie, na overleg met leerkracht en ib, een beslissing over de vervolgstappen. Een oplossing bínnen de school is soms mogelijk, maar een oplossing buiten de school ligt ook binnen de wettelijke bevoegdheden van de school.

Medisch:

Wij zien een toename van het aantal leerlingen met een lichamelijke beperking (vaak allergieën). Deze lichamelijke factoren laten zich moeilijk vatten in “haalbaar of niet”. Medische gegevens zijn dan hard nodig, dienen ook te worden overlegd door de ouders, en dan zal het zorgteam samen met de directeur de beslissing nemen of het voor de school haalbaar is de leerling aan te nemen of op onze school te laten blijven.

Richtlijn onderwijs-inhoudelijk:

We verwachten dat een leerkracht op De Vlaamse Reus op drie niveaus lesgeeft. Daarnaast kan er sprake zijn van 1 individuele leerlijn. Vanaf groep 5 zullen kinderen in principe pas individuele leerlijnen volgen. Het inzetten van een individuele leerlijn zal meestal resulteren in vervroegde uitstroom. Een kind gaat dan na groep 7 naar het voortgezet onderwijs.

Uitzonderingen:

* Kinderen die net op school starten (inclusief zij-instromers) en gedurende hun wenperiode geen leeftijdsadequaat gedrag vertonen (zich niet lijken te kunnen conformeren aan geschreven en ongeschreven sociale regels) kunnen niet op school blijven. Deze wenperiode stellen wij vast op een periode van 3 maanden.

Ouders:

Wanneer in het gedrag van kinderen negatieve uitvloeisels waarneembaar zijn als gevolg van gedrag van ouders of gezinssituaties zal via de directie en/of intern begeleiding actie worden ondernomen en de ouders worden uitgenodigd voor een gesprek. Van hieruit kunnen ook externe instanties worden ingeschakeld. Dit met het doel de context waarin het kind functioneert te verbeteren. Mochten ouders niet loyaal (kunnen) zijn aan de schoollijn en daarmee een loyaliteitsconflict bij kinderen te weeg brengen zal de directie een zorgmelding overwegen of het protocol ‘schorsing of verwijdering’ in werking stellen.

>> Wat gebeurt er als uw kind langdurig ziek is?

Het gebeurt gelukkig niet vaak, maar ook een kind kan langdurig ziek worden. Het is dan voor langere tijd thuis of in een ziekenhuis en mist in die periode een flink stuk onderwijs. Daarvoor zijn enkele voorzieningen geregeld die ervoor zorgen dat het kind niet al te veel achterop komt in zijn leerproces. De intern begeleider kan u vertellen hoe dit georganiseerd wordt.

 

>> Opvoedondersteuning

Opvoeden is een bijzonder ingewikkeld proces. Bij iedereen verloopt dat anders en zelden verloopt het probleemloos. Het leren van een kind kan bijv. beïnvloed worden door problemen in de opvoeding. Een kind kan slecht willen eten / luisteren / slapen, regelmatig ruzie hebben, bang of onzeker zijn. Om hier goed mee te kunnen omgaan, bestaat op school de mogelijkheid om, vrijblijvend en vertrouwelijk, te praten met een ouder-kind-adviseur. Met zo’n gesprek kunnen kleine problemen worden opgelost. Laat die problemen dus niet groter worden en kom naar het ouder-kind-spreekuur. Daar zijn u en uw kind bij gebaat.

 

Via de leerkracht van uw kind kunt u altijd informatie vragen over het waar en wanneer van dit spreekuur. Ook wordt u geïnformeerd via posters op de prikborden.

 

Bovenschoolse zorg

Als een kind meer zorg nodig heeft dan de school kan bieden dan neemt het schoolbestuur zijn verantwoordelijkheid. De adresgegevens vindt u in de schoolagenda.

 

>> Sociaal emotionele training (SO&T)

Sociaal emotionele training, één van de onderdelen van de zorgverbredingSoms heeft een kind op sociaal emotioneel gebied een kleine ondersteuning nodig om een grote stap te maken. Hiervoor verzorgt de school één keer per jaar een serie SO&T trainingen, ook wel bekend als de Reuzentraining. Met ca. 8 kinderen wordt een achttal keren gewerkt.

 

Op school zijn twee leerkrachten gecertificeerd om sociaal emotionele training te verzorgen. Dit is een lichte versie. Wanneer leerkracht en interne begeleiders denken dat uw kind hier baat bij kan hebben zal de leerkracht met u in gesprek gaan. Wanneer u en wij de zin van dit traject inzien dan wordt uw kind ingedeeld en kan het gratis meedoen. Wel verwachten we van u dat u aanwezig bent bij de intake en de afronding van het traject.

 

Om in aanmerking te komen voor deze training mogen kinderen geen gróte sociaal emotionele problematiek hebben, mag er geen sprake zijn van een lage intelligentie.

 

Meer informatie: