Schoolgids
O.B.S. De Vlaamse Reus

2010 - 2012
Inhoudsopgave
- Voorwoord
- Inleiding
- De Vlaamse Reus, een school voor ontwikkelingsgericht onderwijs
3.1 De principes van ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO)
3.2 De doelen van ontwikkelingsgericht onderwijs
3.3 Hoe willen we die doelen bereiken?
3.4 De rol van de leerkracht
- De organisatie van het onderwijs
4.1 Schooltijden
4.2 De opbouw van de organisatie
4.3 Aanmelding, inschrijving en plaatsing
4.4 Samenstelling van de groepen
- De inhoud van het onderwijs op De Vlaamse Reus
5.1 Activiteiten in de onderbouw
5.2 Werken rond thema’s
5.3 Taal en lezen
5.4 Rekenen en wiskunde
5.5 Het kind in de wereld
5.6 Expressieve activiteiten
5.7 Burgerschapskunde
5.8 Techniek
5.9 Bewegingsonderwijs
5.10 Computers
5.11 Gezamenlijk thema
5.12 Uitstapjes, excursies en schoolreisjes
- Uitstapjes, excursies en schoolreisjes
- Begeleiding van uitstapjes, excursies en schoolreisjes
- Betaling van uitstapjes, excursies en schoolreisjes
5.13 Extra activiteiten
- Koekidoe
- Presentaties
5.14 De bibliotheek en de mediatheek
5.15 Toetsen, testen en diploma’s (zie ook paragraaf 6.1)
5.16 Activiteiten in het kader van gezondheid en gezond gedrag
5.17 Kanjertraining
- De zorg voor kinderen
6.1 Het volgen van de ontwikkeling van kinderen (leerlingvolgsysteem)
6.2 Naar een andere school
6.3 Verslaglegging en gesprekken
6.4 Wel of niet naar het volgende leerjaar
6.5 Zorgverbreding op De Vlaamse Reus
6.6 Resultaten van het onderwijs op De Vlaamse Reus
6.7 De overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs
6.8 Vervanging bij ziekte van leerkrachten
6.9 Leerkrachten met specifieke taken
- Ouders
7.1 Wat verwachten wij van de ouders in de school?
7.2 Welke mogelijkheden hebben ouders om contact te hebben met de school?
7.3 Omgangsvormen / agressie
7.4 Meedoen!!!!
- De medezeggenschapsraad
- De ouderraad
7.5 Informatievoorziening
7.6 Informatieochtenden
7.7 Overblijven
7.8 Voor- en naschoolse opvang
7.9 Verzekering
7.10 Klachtenprocedure
- Vakanties en verlofregeling
8.1 Vakanties, vrije dagen en verlof
8.2 Verlofregeling
8.3 Melding van verzuim
- Afspraken
Voorwoord
In deze gids leest u over De Vlaamse Reus,
een ontwikkelingsgerichte basisschool in een veranderende samenleving.
De Vlaamse Reus is een openbare basisschool, een school waar we met kinderen van zeer diverse achtergronden werken aan de samenleving van nu en morgen, een basisschool waar ambitie en vertrouwen sleutelwoorden zijn.
De school van nu is in essentie nog steeds de school van vroeger:
‘De kinderen spelen en leren er.’
Maar in de manier van werken en met elkaar omgaan, is veel veranderd.
We willen nu, veel meer dan vroeger, aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
Daar stemmen we onze onderwerpen zoveel mogelijk op af.
Via die onderwerpen laten we de kinderen kennis vergaren,
en gedrag en vaardigheden aanleren waarmee ze goed toegerust verder kunnen.
Onze leerkrachten steken hun tijd, energie en kennis in het scheppen van een zo rijk mogelijke leeromgeving,
waarin uw kind zich op zijn specifieke manier en met zijn specifieke talenten het best kan ontwikkelen.
Niet alleen het onderwijs is veranderd, ook de samenleving staat niet stil.
Amsterdam is een stad met mensen uit veel verschillende culturen.
Op De Vlaamse Reus zien we een afspiegeling hiervan.
We proberen met elkaar een omgeving te scheppen waarin uw kind zich veilig voelt.
Veilig op zowel fysiek als emotioneel gebied.
We respecteren elkaar en geven daar vorm aan door er kanjerlessen over te geven.
We leren kinderen op te komen voor hun eigen welzijn én het welzijn van anderen.
We zijn trots op de goede sfeer die kinderen, ouders en leerkrachten op onze school creëren.
Respect voor elkaar en in harmonie met elkaar samenwerken en leven
heeft alles te maken met hoe we met elkaar communiceren.
Kinderen van nu worden, meer dan u vroeger, blootgesteld aan nieuwe media:
- interactieve computerprogramma’s
- mobiele telefonie
- 25 televisiekanalen met live actualiteiten en commercie
- internet, msn, twitter en facebook.
Een wereld van mogelijkheden, tenminste wanneer een kind leert hiermee goed om te gaan.
Wat wel en niet te doen met deze nieuwe media?
Wat zijn de kansen en de gevaren?
Daar hebben wij en u een belangrijke en actieve rol in.
We leren de kinderen met realistisch vertrouwen te kijken
naar nieuwe ontwikkelingen, grip te krijgen op hún situatie en er,
samen met groepsgenoten, iets goeds van te maken.
Groei en verandering zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Daar staan we voor als Vlaamse Reus, samen met u als ouder.
Veel plezier bij het lezen van de schoolgids.
Martin Langeslag (directeur)

Inleiding
De bedoeling van deze gids is om (potentiële) ouders zo volledig mogelijk te informeren.
Het is een gids waarin de school haar kwaliteiten en mogelijkheden laat zien.
De gids geeft u informatie over de inhoud en organisatie van het onderwijs,
de sfeer in de school en over praktische zaken.
In deze schoolgids staan ook de afspraken die gemaakt zijn om de school te maken
tot een overzichtelijke organisatie. De schoolgids verschijnt één keer in de twee jaar.
Daarnaast krijgt u jaarlijks de schoolagenda waarin de praktische zaken geactualiseerd zijn.
De Vlaamse Reus is een openbare school en maakt onderdeel uit van
Stichting De Westelijke Tuinsteden.
Hieronder vallen 5 scholen uit Geuzenveld Slotermeer, 4 uit Osdorp en 6 uit Slotervaart.
Deze 15 scholen werken op directie- en personeelsniveau samen.
Informatie over de stichting kunt u vinden op www.STWT.nl
Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst en levensbeschouwing.
Er is ruimte voor de levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in onze samenleving,
vanuit het idee dat levensbeschouwing een kwestie is van individuele keuzes en individuele verantwoordelijkheden. Maatgevend zijn de afspraken die in de wet zijn vastgelegd en de afspraken die door de (G)MR* zijn gemaakt.
De Vlaamse Reus bestaat sinds oktober 1991 en staat in de nieuwbouwwijk ‘Nieuw Sloten’.
De schoolbevolking is een afspiegeling van de buurt.
Het is een vernieuwingsschool met 25 enthousiaste en hardwerkende teamleden.
Er zijn nu rond de 320 kinderen ingeschreven.
Met deze gids hopen wij u een duidelijk beeld te geven van wat zij doen, hoe zij werken,
waarom zij van harte welkom zijn, wat wij hen bieden en hoe wij voor ze zorgen.
* (Gemeenschappelijke) MedezeggenschapsRaad

De Vlaamse Reus, een school voor ontwikkelingsgericht onderwijs
Een kind heeft een hoofd, maar ook een hart.
‘Niets wordt geleerd wat niet eerst gevoeld is.’
Het kind leeft in een maatschappij met veel anderen samen en niet als een geïsoleerd individu.
Ontwikkeling in de meest brede zin is het doel van het onderwijs op De Vlaamse Reus.

3.1 De principes van ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO)
- OGO is er altijd op gericht de mogelijkheden waarover kinderen al beschikken systematisch uit te breiden.
De leerkracht observeert en registreert wat een kind al zelf kan of weet
en gaat na waar het kind de hulp van de leerkracht (gedeeltelijk) bij nodig heeft.
- Ontwikkeling is een proces met meerdere kanten:
kinderen hebben een eigen ontwikkelingskracht en zijn tegelijkertijd afhankelijk
van de invloed van de omgeving, met name de volwassenen (op school de leerkracht).
De meeste kinderen kunnen heel goed aangeven wat ze zelf belangrijk vinden om te leren.
Daarnaast heeft ook de leerkracht zijn doelen en die probeert hij zoveel mogelijk
te laten aansluiten bij wat het kind interesseert.
- Kinderen verschillen onderling in ontwikkelingsmogelijkheden,
ontwikkelingstempo en in behoefte aan ondersteuning bij ontwikkeling en leren.
Kinderen willen graag leren, maar niet iedereen leert even snel of op dezelfde manier.
Daarmee wordt binnen OGO rekening gehouden;
er is ruimte voor kinderen om gedeeltelijk vorm en inhoud te geven aan hun leertraject.
- Ontwikkeling en leren vinden plaats op basis van activiteiten die voor kinderen persoonlijk
zinvol zijn en betekenis hebben of kunnen krijgen.
Er wordt daarom vooral thematisch gewerkt rond onderwerpen die voor de kinderen
belangrijk zijn en die hun belangstelling hebben of krijgen.
Het heeft niet veel zin een kind iets te leren waarvan niet duidelijk is waarom het dat moet leren
of waarvoor het de interesse totaal niet heeft. Het geleerde zal dan snel vergeten worden.
- Ontwikkeling is sociaal-cultureel bepaald:
kinderen leren door deelname aan de sociaal-culturele wereld.
Een kind staat midden in de maatschappij met al zijn normen en waarden,
met zijn eigen specifieke aspecten en eigenaardigheden.
In die maatschappij moet het kind leren deel te nemen, zich vrij te bewegen en zich te ontplooien.
Die omgeving wordt op OGO-scholen zoveel mogelijk nagebootst
(bijv. een postkantoor, winkel, restaurant, trein, enz.);
en als het even kan, wordt daarin met echt materiaal gewerkt en geleerd.
Maar ook de wereld van de verbeelding hoort bij het kind (sprookjes, heksen, spoken, ridders, rovers, enz.).
- Ontwikkeling en leren worden bevorderd als leerkrachten zich opstellen als (meerwetende) partner
van kinderen en die elementen van activiteiten aanbieden.
Een kind kan bijvoorbeeld een boek maken, terwijl het nog niet kan schrijven.
Als een kind dat graag wil, kan het aan de leerkracht het verhaal vertellen,
de leerkracht schrijft het dan samen met het kind op.
Daarnaast is de leerkracht de volwassene die structureert, instrueert en corrigeert.
- Ontwikkeling en leren veronderstellen altijd interactie en communicatie;
daarom zijn sociale en communicatieve situaties noodzakelijk.
Een kind leert niet in zijn eentje;
het leert door met anderen over allerlei zaken te praten,
dingen uit te proberen met en zonder hulp van een ander.
Op school kan een kind dat met een leerkracht doen,
maar kinderen kunnen ook veel van elkaar leren.
Op een OGO school wisselen activiteiten en rust elkaar af.

3.2 De doelen van ontwikkelingsgericht onderwijs
- Opheffen emotionele belemmeringen, aankweken van zelfvertrouwen en nieuwsgierigheid:
Kinderen die angstig of agressief zijn of anderszins niet goed met hun emoties kunnen omgaan,
zijn moeilijker in staat zich volledig open te stellen voor de wereld om hen heen en dus om te leren.
Als ze zelfvertrouwen hebben en nieuwsgierig zijn, durven ze te leren en dus ook fouten te maken.
- Brede ontwikkeling:
actief zijn en initiatieven nemen; communiceren; uiten en vormgeven; samen spelen en samen werken; voorstellingsvermogen, creativiteit; verkennen van de wereld; reflecteren op het eigen gedrag;
redeneren en probleem-oplossen; zelfsturing; zelfstandigheid.
Kinderen moeten het gevoel hebben zelf competent te zijn en moeten zich niet afhankelijk
van anderen opstellen. Dit kan niet zonder, maar juist samen met anderen.
- Specifieke kennis en vaardigheden:
grove en fijne motoriek; waarnemen en ordenen; woorden en begrippen; gereedschappen en technieken;
sociale relaties; schematiseren en symboolvorming; geschreven en gedrukte taal; hoeveelheden en bewerkingen.
Deze specifieke vaardigheden zijn voorwaarden om je goed te kunnen ontwikkelen.


3.3 Hoe willen we die doelen bereiken?
Het ontwikkelingsproces kent geen leeftijdsgebonden overgangsmomenten,
zeker niet in de periode van vier tot acht jaar.
Daarom worden de eerste vier groepen van de basisschool als één geheel gezien.
De stimulering van de ontwikkeling van het kind gebeurt – doelbewust en systematisch – vanuit
de spelactiviteit naar de leeractiviteit en het leermotief.
Het thematisch onderwijs wordt opgebouwd rond een aantal kernactiviteiten:
- Spelactiviteiten:
van manipulerend spel (alle mogelijkheden met je handen verkennen)
en eenvoudig rollenspel (ik ben vader, ik ben chauffeur, enz.)
naar thematisch rollenspel (in het postkantoor ben jij de loketbeambte, en jij de klant en ik ben de postbode; we hebben allemaal onze eigen taken zodat ons spel zo echt mogelijk lijkt), naar regelspel (voor dit spel stellen we samen bepaalde regels op zodat het goed verloopt en iedereen weet waar hij zich aan te houden heeft), naar echte situaties in de hogere groepen (bijv. samen een krant maken, met alle facetten die daarbij horen).
- Constructieve activiteiten:
beeldend, bouwend en construerend spel en werk met bouwmateriaal, verbruiksmateriaal, spelmateriaal, beeldende middelen, plattegronden en schematische weergaven; techniek in de bovenbouw.
- Gespreksactiviteiten:
interactie en communicatie in kleine groepen, in kleine kring, tijdens activiteiten en in groepskring.
- Lees- en schrijfactiviteiten:
krabbelboodschappen tijdens spel, taaltekenen, boeken en prentenboeken lezen, teksten maken
voor verschillende doeleinden, gedichten en verhalen maken, corresponderen, enz.
- Wiskundige activiteiten:
op maat maken, wegen, afstanden schatten, hoeveelheden bepalen, tellen, notaties, rekenkundige bewerkingen uitvoeren.
In de bovenbouw worden deze activiteiten volgens dezelfde principes verder uitgebouwd.
Vanuit een vaste structuur wordt er thematisch gewerkt rond taal en wereldoriëntatie;
eigen teksten, werkstukken, onderzoeksactiviteiten en presentaties zijn daarin belangrijke vaste onderdelen.
De (spel)activiteiten zijn geplaatst in een sociaal-maatschappelijke context;
handelingen en codes worden zoveel mogelijk volgens de ‘maatschappelijke’ regels uitgevoerd.
Zo ontwerpen de kinderen, bijvoorbeeld, samen hun ideale land.
De kinderen verdiepen zich in wetgeving, waarden en normen, organisatie, planning, staatsinrichting, financiën, productie, informatie verzamelen en verstrekken, taal, enz.
Daarvoor is veel onderzoek, onderlinge samenwerking en afstemming nodig.
Door de maatschappelijke relevantie van de activiteiten zijn de kinderen optimaal gemotiveerd
en ze leren hier veel van.
Taal (lezen, schrijven, communiceren), rekenen en wiskunde, constructie, creativiteit, sociale vaardigheden;
al dit soort aspecten zit in deze activiteiten verweven.

3.4 De rol van de leerkracht
In OGO is de rol van de leerkracht van cruciaal belang.
Of kinderen inderdaad tot de gewenste ontwikkeling komen,
is afhankelijk van de opstelling en kwaliteit van de leerkracht.
Deze selecteert en ordent activiteiten die voor de kinderen
betekenisvol en ontwikkelings-bevorderend zijn.
Maar ook zorgt hij voor uitdagende en stimulerende begeleiding,
zodat de kinderen ook daadwerkelijk verder komen in hun ontwikkeling.
Samenwerken met kinderen en meedoen in de activiteit
zijn daarin sleutelbegrippen,
zodat de leerkracht
de behoefte aan vaardigheden bij de kinderen kan uitlokken
en de leermomenten in de activiteiten kan benutten.
Leerkrachten observeren dan ook ‘handelingsgericht’
en kunnen zo nagaan wat voor het kind de volgende
stap zal zijn. Leerkrachten geven het kind de hulp en begeleiding die het nodig heeft.
Aangezien kinderen in ontwikkeling verschillen, stemmen leerkrachten hun manier van hulp geven af
op de behoefte van het kind. Leerkrachten handelen vanuit respect voor en vertrouwen in kinderen
en hebben hoge verwachtingen van de mogelijkheden van kinderen. Daarbij trachten de leerkrachten
zich zoveel mogelijk te verplaatsen in de gevoels- en denkwereld van kinderen zonder concessies te doen
aan de eisen die aan het niveau gesteld worden .
De Vlaamse Reus is een grote school met een duidelijke structuur,
waardoor toch een sfeer van kleinschaligheid ontstaat.

De organisatie van het onderwijs
4.1 Schooltijden
De schooltijden zijn in overleg met de medezeggenschapsraad vastgesteld.
Ze zijn gebaseerd op het aantal onderwijsuren dat een school een kind volgens de wet moet bieden.
De wet geeft een minimum en een maximum aantal uren aan.
Daartussen is de school vrij om haar tijden te bepalen.
Kinderen op de basisschool moeten 8x 940 uur les krijgen.
De Vlaamse Reus zit met haar onderwijstijd boven dit minimum en heeft om die reden een aantal marge-uren
over waarop zij de kinderen vrij kan geven; bijv. vanwege studiedagen of vanwege ziekte van de leerkracht.
De medezeggenschapsraad houdt zicht op het verbruik van de marge-uren.
’s Morgens tussen 8.20 uur en 8.25 uur gaan de deuren open.
De schooltijden zijn als volgt:
maandag, dinsdag en donderdag
- ’s morgens: 8.30 uur – 12.00 uur
- ’s middags: 13.00 uur – 15.15 uur
woensdag en vrijdag
- ’s morgens 8.30 uur –12.15 uur
- ’s middags vrij (ivm studiedagen en ADV)
’s Morgens om 8.30 uur moeten alle kinderen van de groepen 1 t/m 8 in hun lokaal zijn.
Ook de kleuters van groep 1 en 2 worden om 8.30 uur in de klas verwacht.
Bij hen is er een dagstart van tien minuten;
in de groepen 3 en 4 spreekt de leerkracht af op welke weekdagen er een dagstart is.
De dagstart geeft de ouders de gelegenheid samen met hun kind in de klas een werkje of een spelletje te doen,
een boekje te lezen, het werk van het kind te bekijken, e.d.;
Sommige kinderen krijgen extra instructie van de leerkracht.
Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat ouders tijdens de dagstart uitgebreid
met elkaar gaan praten of met de leerkracht een gesprek aangaan.
In de groepen 5 t/m 8 is er geen dagstart.
’s Middags begint voor alle groepen de les om 13.00 uur.
Ouders zijn ervoor verantwoordelijk dat hun kind op tijd in de klas aanwezig is.
Te laat komen, wordt als ongeoorloofd verzuim aangemerkt.

4.2 De opbouw van de organisatie
- De groepen zijn onderverdeeld in onderbouw (de groepen 1 t/m 4) en bovenbouw (de groepen 5 t/m 8).
Elke bouw heeft een bouwcoördinator;
dat is een groepsleerkracht die voor deze extra taak gedeeltelijk is vrijgesteld van lesgevende taken.
- Per leerjaar zijn er 2 of 3 (soms meer) parallelgroepen, aangeduid met A, B, enz..

Deze aanduiding heeft geen betrekking op het niveau van de groepen.
We streven ernaar de leerjaren soepel in elkaar over te laten gaan,
zodat een doorlopende ontwikkeling van het kind mogelijk is.
- De groepen 1 t/m 4 bestaan in principe uit maximaal 25 kinderen
en de groepen 5 t/m 8 uit maximaal 28 kinderen.
Alleen in uitzonderlijke gevallen worden deze aantallen overschreden.
- De groepsleerkrachten worden door intern begeleiders (IB-ers) ondersteund
bij de organisatie van hun onderwijs en bij de zorg voor de kinderen;
voor elke bouw is er één zogeheten IB-er.
- Intern begeleiders en bouwcoördinatoren vormen samen het middenmanagement van de school.
Eens in de vier weken voeren zij overleg met de directie.
Er wordt dan over nieuw en bestaand beleid gesproken en er wordt verslag gedaan uit onder- en bovenbouw.
- Voor kinderen die tijdelijk extra hulp nodig hebben die niet door de groepsleerkracht gegeven kan worden,
is er voor de groepen 3 t/m 8 een parttime remedial teacher (RT’er). Deze is er drie dagen per week.
Bij voorkeur komt de RT’er in de klas; in bepaalde gevallen gaat het kind naar de RT’er toe.
Soms is de hulp individueel. Als meerdere kinderen dezelfde hulpvraag hebben,
dan kan de RT’er – al dan niet binnen een leerjaar – meerdere kinderen uit verschillende groepen tegelijk helpen. Er is een vaste procedure om te bepalen wie voor remedial teaching in aanmerking komt.
In sommige gevallen wordt deskundigheid van buiten de school ingehuurd.
- Op vier dagen in de week wordt bewegingsonderwijs gegeven.
Hiervoor is een vakleerkracht in dienst.
Vanaf groep 3 krijgen de kinderen twee keer per week bewegingsonderwijs.
- Verder heeft de school een parttime administratieve kracht in dienst

en één fulltime conciërge (tevens ICT-beheerder) voor technische zaken.
- Daarnaast is er een (klasse)assistent, die tevens coördinator is van
de bibliotheek en extra werkjes doet met groepjes kinderen die meer
in hun mars hebben.
- De directie van De Vlaamse Reus bestaat uit een directeur. Samen met de bouwcoördinatoren en de intern begeleiders geeft hij leiding aan De Vlaamse Reus
- De Vlaamse Reus vindt het belangrijk dat aankomende leerkrachten de gelegenheid krijgen
om zich ook in de praktijk goed te bekwamen.
Daarom zijn er in de school altijd PABO-stagiaires aanwezig die in verschillende stadia van de studie verkeren.
- Ook zijn er stagiaires van de opleiding tot klasse- of onderwijsassistent op De Vlaamse Reus.

4.3 Aanmelding, inschrijving en plaatsing
Ouders ontvangen bij de aanmelding van hun kind op De Vlaamse Reus een inschrijfformulier
(inschrijfformulier)
met een toelichting op de verdere inschrijvings- en plaatsingsprocedure.
Tevens krijgen zij een schoolgids en een schoolagenda.
Zij worden erop geattendeerd dat er informatieochtenden zijn waarop ouders zich inhoudelijk
op onze school kunnen oriënteren. Ook wordt gewezen op onze website waarop veel informatie
en praktijksituaties staan.
Met de inschrijving van hun kind op De Vlaamse Reus gaan ouders akkoord met de onderwijsvisie
van waaruit de school werkt en de afspraken zoals die op De Vlaamse Reus gelden.
Ze staan in deze gids beschreven.
Inschrijving is niet hetzelfde als plaatsing.
Kleuters worden altijd geplaatst; behalve als de GGD, de peuterspeelzaal, de crèche, het kinderdagverblijf of
een eventuele eerdere basisschool het advies heeft gegeven om het kind op een speciale school te plaatsen. Wanneer ouders een voorkeur hebben voor een bepaalde groep of leerkracht dan kan dat op het inschrijfformulier worden aangegeven. We zullen proberen rekening te houden met de wensen.
Niet altijd kan de wens gehonoreerd worden.
In het geval dat een kind al op een andere basisschool heeft gezeten,
zal De Vlaamse Reus daar altijd bij de groepsleerkracht, IB’er of directie naar de ontwikkeling van het kind
informeren en een onderwijskundig rapport opvragen.
Als blijkt dat er een didactisch of psychologisch onderzoek gaande is of dat er speciale aandacht voor het kind nodig is, zal De Vlaamse Reus het kind niet automatisch plaatsen. Er zal eerst worden nagegaan waarom het kind niet op de oude school kan blijven en of De Vlaamse Reus in staat is de problematiek van het kind op zich te nemen.
Binnen Amsterdam blijft een kind met een lopend onderzoek of S.O.-advies (= speciaal onderwijs) in principe op zijn oude school om de procedure af te maken.
Kinderen vanaf groep 3 die tijdens het schooljaar worden aangemeld en ingeschreven,
worden voorlopig geplaatst in de groep waarin ze op de vorige school ook zaten.
Als de informatie van de vorige school daartoe aanleiding geeft,
of op verzoek van de nieuwe groepsleerkracht,
worden zij binnen drie weken getest door de remedial teacher.
Kinderen vanaf groep 3 die voor het nieuwe schooljaar worden ingeschreven,
worden in elk geval eind mei of begin juni voor een test door de RT’er uitgenodigd.
Aan de hand van die test wordt beslist of het kind op De Vlaamse Reus in de goede groep zit. Zo nodig zal het worden herplaatst. Dit kan in een groep hoger of lager zijn dan op de vorige school.
Daarna is de plaatsing definitief.
Van de ouders wordt verwacht dat zij de school volledig informeren over de schoolontwikkeling van hun kind,
zowel de positieve als de zorgelijke kant. Als de informatie van de ouders niet volledig is geweest,
kan dat gevolgen hebben voor de plaatsing van het kind.
Indien uit informatie van de ouders of van de vorige school blijkt dat er sprake is van verwijzing naar
het speciaal onderwijs, worden ouders alsnog daarheen verwezen en gaat plaatsing op De Vlaamse Reus niet door.
Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor kinderen die door verhuizing elders uit Nederland in het postcodegebied van De Vlaamse Reus komen wonen en die vanwege een wachttijd nog niet in het speciaal onderwijs terecht kunnen. Zodra daar een plek voor het kind is, zal het kind alsnog naar de speciale school gaan.
De Vlaamse Reus voert – met toestemming van het bevoegd gezag – een plaatsingsbeleid.
Dit houdt in dat kinderen binnen het postcodegebied van De Vlaamse Reus (1066) bij plaatsgebrek
voorgaan op kinderen van elders.
Ouders moeten bij inschrijving kunnen aantonen dat zij met hun kind binnen dit postcodegebied wonen.

4.4 Samenstelling van de groepen
Nieuwe kleuters worden doorgaans in reeds bestaande kleutergroepen ingedeeld.
Als alle groepen vol zijn, wordt er eventueel een nieuwe kleutergroep gestart.
Daarin komen voor de rest van het schooljaar alleen nieuwkomers – meestal vierjarigen.
Die situatie vinden wij voor een langere periode niet wenselijk.
Wij vinden het beter dat jongste en oudste kleuters door elkaar in een groep zitten.
Daarom wordt deze groep in het nieuwe schooljaar herverdeeld over de bestaande kleutergroepen.
Bij het indelen van kinderen in de groepen wordt een evenwichtige samenstelling nagestreefd.
Voor bestaande groepen is het uitgangspunt dat zij in hun geheel doorgaan naar het volgende leerjaar.
Voor het goed functioneren van een groep zijn er echter aspecten van belang die herplaatsing
van kinderen soms nodig maken.
Daarbij worden de volgende vragen gesteld:
- is het aantal kinderen evenredig verdeeld over de parallelgroepen;
- zijn de taalvaardige en minder taalvaardige kinderen evenwichtig verdeeld over de parallelgroepen;
- zijn de kinderen die extra zorg nodig hebben evenwichtig verdeeld over de parallelgroepen;
- welke kinderen hebben een positieve invloed op elkaar;
welke kinderen kunnen beter niet (meer) bij elkaar in een groep zitten;
- is het aantal jongens en meisjes evenwichtig verdeeld over de parallelgroepen;
- als een kind herplaatst wordt, zit er dan wel een vriendje of vriendinnetje in de nieuwe groep;
- zit er al een broertje, zusje of ander familielid in de groep;
dit vinden wij – ook bij tweelingen – niet wenselijk.
Ouders kunnen bij de groepsleerkracht informeren naar de achterliggende reden van plaatsing van hun kind.
Ouders die het niet eens zijn met de plaatsing van hun kind dienen dit binnen één week na de eerste
bekendmaking aan te geven bij de directie. Dit kan schriftelijk of telefonisch.
De directie of IB-er maakt dan een afspraak met hen om de situatie te bespreken.
Reacties die later binnenkomen, worden niet meer behandeld.

De inhoud van het onderwijs op De Vlaamse Reus
In onze school vinden vele activiteiten plaats,
zowel op cognitief gebied als op motorisch, sociaal, cultureel en emotioneel gebied.
De Vlaamse Reus is een bedrijvige school. Hieronder kunt u lezen wat voor activiteiten er plaatsvinden.
De inhoud van de activiteiten voldoet aan de door de overheid gestelde kerndoelen.
Het ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) is een levendige vorm van onderwijs.
De betrokkenheid van kinderen is groot: ze hebben een eigen inbreng in de thema’s, ze nemen veel initiatieven,
ze overleggen en werken samen, ze zijn redelijk zelfstandig.
Dat wil echter niet zeggen dat er geen structuur is en dat een kind zelf bepaalt wat het wel en wat het niet leert.
Om situaties voorspelbaar te maken en om het zelfstandig werken van de kinderen te optimaliseren,
wordt op De Vlaamse Reus met het GIP-model gewerkt (een model voor klassenmanagement).
Dit is een manier van werken waarbij heldere, door de hele school herkenbare, afspraken worden gemaakt
over instructie en verwerkingsactiviteiten, materiaalgebruik en extra hulp.
Het doel van dit model is de bevordering van het zelfstandig werken.
Daardoor kunnen kinderen effectiever werken en is het geven van individuele instructie beter mogelijk.
Zoals eerder gemeld,
hechten we in het OGO grote waarde aan de sociale en emotionele ontwikkeling van de kinderen.
We vinden het belangrijk dat kinderen in een omgeving verkeren waarin
zij zich veilig voelen om te leren en zich te ontwikkelen.
Dit houdt ook
in dat er een goed pedagogisch klimaat heerst.
Op De Vlaamse Reus vinden we de interactie van bijzonder groot belang.
We spreken niet tegen elkaar maar mét elkaar.
We leren niet áán elkaar maar mét elkaar.
Samen met de kinderen proberen we in de school te komen tot voor iedereen aanvaardbare regels en afspraken over gedrags- en omgangsvormen. Hieronder valt ook het fenomeen ‘pesten’.
Hiertoe is de Kanjertraining op school ingevoerd (zie www.kanjertraining.nl).
Het pedagogisch klimaat is op De Vlaamse Reus een doorlopend aandachtspunt.

5.1 Activiteiten in de onderbouw
De ‘hoeken’ in de onderbouw zijn ingericht met diverse materialen die de zintuiglijke ontwikkeling
van kinderen stimuleren. Die ontwikkeling vindt impliciet plaats doordat kinderen de materialen
in de hoeken verkennen en ontdekken via hun spel.
In de kleuterbouwgroepen zijn standaard aanwezig:
een bouwhoek, een constructiehoek, een zand- of watertafel, themahoeken, een verteltafel met boek,
figuurtjes en attributen die in het boek een rol spelen,
een huishoek, een knutselhoek, een spelletjes- en puzzelhoek,
een schildershoek, een boetseer- of beeldende vormingshoek.
Verder is er een lees/schrijfhoek, een ontdekhoek,
een timmerhoek en een computerhoek. Niet alle hoeken zijn tegelijkertijd aanwezig.
Zintuiglijke activiteiten zijn principieel ingebed in functionele en voor kinderen zinvolle activiteiten waarin hun betrokkenheid tot uiting kan komen.
Bij jonge kinderen is dit vooral in het spel.
Als blijkt dat een kind een bepaalde functie onvoldoende ontwikkelt,
zal de leerkracht daar extra aandacht aan besteden.
Dit gebeurt door die activiteiten zoveel mogelijk in de context van spelactiviteiten te plaatsen en niet door ze in een geïsoleerde situatie
te laten oefenen. Ook in de groepen 3 en 4 hebben een aantal hoeken nog een belangrijke plek. Uiteraard worden de activiteiten daarin aangepast aan de ontwikkelingsfase waarin de kinderen zich bevinden.

5.2 Werken rond thema’s
Van groep 1 t/m groep 8 wordt thematisch gewerkt.
In de groepen 1 t/m 4 is dat met door de leerkrachten (en kinderen) zelfgekozen thema’s.
Aangezien de thema’s in het aanbod centraal staan, is het niet mogelijk om kant en klare methodes te volgen.
Gericht op het bereiken van de kerndoelen ‘ontwerpen’ de leerkrachten dan ook hun eigen onderwijs.
Voor taal, lezen, schrijven en wereldoriëntatie maken zij
veel materialen zelf, aansluitend bij het actuele thema.
Daarbij putten zij onder andere uit op school aanwezige (handleidingen van) methodes.
Uit deze methodes halen zij ook de oefenstof voor de kinderen.
Voor het ontwikkelen van het handschrift wordt het
materiaal van de methode Schrijven gebruikt.
In de bovenbouw komen de onderwerpen uit de wereldoriëntatiemethode ‘De Grote Reis’.
Taal, lezen, onderzoeksactiviteiten, werkstukken en presentaties worden daaraan gekoppeld.

5.3 Taal en lezen
In ons taalonderwijs gaan wij uit van eigen uitingen van de kinderen bij het opnemen
en verwerken van indrukken die zij opdoen.
Door het uitwisselen van ervaringen en het aanbieden van informatie werken we aan de taalontwikkeling
van de kinderen (bijv. woordenschat, zinsbouw).
De eigen teksten van de kinderen zijn vaak uitgangspunt voor verder taalonderwijs.
Door bespreking, instructie en oefening werken we aan de taalvaardigheid.
Vanaf groep 4 wordt de methode ‘Taalverhaal’ gebruikt voor het oefenen
van de spelling. Het (leren) lezen gebeurt op basis van woorden, teksten
en onderwerpen die de kinderen zelf maken/inbrengen
of die door de leerkracht binnen een thema worden aangedragen.
Het leren lezen wordt niet per definitie uitgesteld tot groep 3.
Kinderen geven soms eerder aan belangstelling voor het lezen te hebben.
Alle kleutergroepen zijn voorzien van verschillende materialen m.b.t. lezen.
Kinderen kunnen op hun eigen niveau met deze leesactiviteiten aan de slag.
In de hogere groepen zijn thematische teksten uit boeken, zoals De Grote Reis, Nieuwsbegrip,
tijdschriften en kranten, of teksten van de kinderen zelf, vaak uitgangspunt voor het leesonderwijs.
Alle groepen leren alle benodigde leesstrategieën toe te passen om de inhoud van de teksten
goed te bestuderen en te begrijpen.
De Vlaamse Reus hecht veel waarde aan de leesontwikkeling van kinderen.
Goed lezen is nodig om je adequaat in de
(informatie)samenleving te kunnen handhaven.
Goed lezen ontstaat door veel oefenen.
Daarom zijn de leesbeleving en het leesplezier zeer
belangrijke aspecten van het leren lezen.
In de klassen vinden regelmatig leeskringen plaats.
Kinderen presenteren dan hun beleving omtrent
een boek dat zij gelezen hebben.
Kinderen moeten op vele manieren in aanraking
komen met aantrekkelijk leesmateriaal.
Zo kunnen zij positieve ervaringen met lezen opdoen
en willen zij niet alleen op school,
maar ook in hun vrije tijd lezen.
De school biedt daarom de kinderen de gelegenheid om gebruik te maken van zinvolle
en aantrekkelijke aanbiedingen op leesgebied.
Via school kunnen kinderen zich abonneren op bepaalde bladen en serieboekjes.
Kinderen hebben op het eind van de basisschool een woordenschat nodig van zo’n 17.000 woorden,
terwijl ze beginnen met zo’n 2.000 woorden.
Om systematisch aan de woordenschat te werken, gebruiken we de methodiek van met Woorden in de Weer
(zie www.metwoordenindeweer.com).

5.4 Rekenen en wiskunde
De verkenning van de ruimtelijke wereld is een activiteit 
die kinderen vanaf het eerste moment bezighoudt.
Die verkenning loopt door tot in de wis- en natuurkunde.
Vanaf hun vierde jaar gaan kinderen verder met de
ruimtelijke aspecten binnen de thema’s.
Daar wordt geteld en gemeten, vergeleken en getekend.
De leerkrachten, zich bewust van de doelen op het gebied van ruimte
en tijd, bieden activiteiten aan die leiden tot het bereiken van die doelen.
Vanaf groep 3 gaan de kinderen aan het werk met een methodisch aanbod vanuit de methode Rekenrijk (derde versie).
Tijdens het uitkomen van deze schoolgids is de school bezig zich
te oriënteren op een nieuwe rekenmethode.

5.5 Het kind in de wereld
Kinderen ontdekken de wereld om hen heen vanuit hun eigen nieuwsgierigheid.
De wereld van de jongste kinderen beperkt zich nog tot de directe omgeving.
In de onderbouw neemt de ontwikkeling van het spel van de kinderen een belangrijke plaats in
bij het zich oriënteren in de wereld.
Daar ligt tevens een relatie met de taalontwikkeling en het spelen en werken in hoeken.
Naarmate ze ouder worden, maken ze kennis met een steeds grotere wereld.
Er wordt tussen kinderen veel informatie uitgewisseld en nieuwe informatie ingebracht.
Elk jaar komen thema’s aan de orde uit verschillende deelgebieden of thema’s worden in
verschillende richtingen uitgewerkt.
In de bovenbouw leren de kinderen door middel van
studie (zelfgekozen) thema’s verder uit te diepen,
te verwerken met behulp van werkplannen en te presenteren.
Daarbij kunnen ze gebruik maken van de mediatheek en internet
om allerlei informatie voor hun werkstuk op te zoeken.
De relatie taal en thema blijft ook in de bovenbouw gehandhaafd.
Zo zijn veel begrijpend leesteksten en schrijfopdrachten gerelateerd aan de thema’s.

5.6 Expressieve activiteiten
Een belangrijk doel is kinderen uiting te laten 
geven aan wat ze voelen en beleven.
Creativiteit van kinderen kan zich vooral uiten
in verschillende vormen van expressie.
Op De Vlaamse Reus kunnen kinderen tekenen,
schilderen, knutselen, boetseren, toneelspelen,
muziek maken, dansen, verhalen/boeken schrijven.
Veelal gebeurt dat in het kader van een thema of project.
Er zijn vrije situaties en gebonden opdrachten.
De kinderen maken door de jaren heen kennis
met verschillende technieken.
De Vlaamse Reus gebruikt MOCCA-gelden (www.mocca-amsterdam.nl)
om meer inhoud te geven aan cultuuronderwijs in de breedste zin van het woord.
Hieruit worden culturele activiteiten ontplooid.
Ook maakt de school gebruik van de gelden ter stimulering van kunst- en cultuureducatie.
In het schooljaar 2009-2010 is extra aandacht besteed aan het drama-onderwijs.
Eén van de leerkrachten werkte één dagdeel per week aan de implementatie van toneelactiviteiten.
Onze groepen doen jaarlijks mee aan het Muziekatelier.
Het Muziekatelier is een door het stadsdeel beschikbaar gestelde locatie in de Prof. Einsteinschool aan de Voorburgstraat.
Professionele muziekdocenten van de Muziekschool Amsterdam voeren er samen met de kinderen een muziekvoorstelling op.

5.7 Burgerschapskunde
Burgerschapsvorming maakt integraal onderdeel uit van de ontwikkelingsgerichte visie op leren.
Eén van de basisprincipes van OGO is dat kinderen zich ontwikkelen door hen te betrekken
in activiteiten die betekenisvol zijn voor henzelf en voor de samenleving.
OGO is al sterk gericht op leren deelnemen aan de maatschappij;
het is gericht op het vergroten van de (handelings)mogelijkheden van leerlingen om deel te nemen aan sociaal- culturele activiteiten.
Kritisch democratisch burgerschap past bij OGO; dat leer je door er ervaring mee op te doen.
Het gaat dan om de burger die zich lid voelt van de samenleving,
maar ook oog heeft voor wat er mis is en daar kritiek op kan en wil uiten; die anderen niet alleen respecteert, maar ook van ze wil leren en de eigen inzichten wil bijstellen.
Dat betekent:
- dat leerlingen het gevoel moeten krijgen dat ze er mogen zijn,
dat hun mening en hun bijdragen van belang zijn.
Daarvoor moeten ze een zekere autonomie ontwikkelen: een eigen mening hebben,
daarvoor durven uitkomen, er de argumenten voor kunnen en willen geven;
ze moeten leren om initiatieven te nemen en ervaren dat die beloond worden;
- dat leerlingen leren naar anderen te luisteren (ook als dat als vreemd wordt ervaren),
dat ze bereid zijn van die anderen te leren en eventueel de eigen standpunten te herzien;
ze moeten leren omgaan met onzekerheid (niet op alles is het juiste antwoord te geven/vinden);
dat vraagt om vermogen tot zelfkritiek en zich inleven in de ander;
- dat leerlingen competenties verwerven om taken en rollen in de samenleving te vervullen
op een manier die bij hen past en die een positieve bijdrage levert aan die samenleving.

5.8 Techniek
De afgelopen jaren heeft het team van De Vlaamse Reus
zich geschoold en bekwaamd in het techniekonderwijs.
Door een uitbreiding van het materiaal en de lessuggesties
heeft het techniekonderwijs een volwaardige plek
binnen ons onderwijs gekregen.
Activiteiten op het gebied van techniek zijn op
verschillende manieren in de school aanwezig.
Er zijn materialen en middelen in de klassen die expliciet tot technisch handelen uitdagen, zoals Duplo of Lego, bouwmaterialen, Knex, ontdekkisten en meetapparatuur.
Zoveel mogelijk wordt technisch handelen in de thema’s
en projecten geïntegreerd.
In de school is een grote techniekhoek waar vooral de kinderen
van de bovenbouw in kleine groepjes
en onder
leiding van hulpouders met gereedschappen (zaag, hamer, nijptang, boor)
en middelen (spijkers, schroeven, lijm, enz.) kunnen werken
aan een eigen werkstuk. Ook andere groepen kunnen daar op
deze manier terecht als de hoek niet bezet is.

5.9 Bewegingsonderwijs
In deze tijd van automobiliteit en computers zien we dat veel kinderen steeds minder bewegen.
Dit heeft gevolgen voor de gezondheid en de motorische en sociale ontwikkeling van de kinderen.
Derhalve investeert De Vlaamse Reus,
maar ook de stichting Westelijke Tuinsteden,
in een kwalitatief hoogstaand aanbod
van bewegingsactiviteiten.
Alle kinderen krijgen bewegingsonderwijs.
Belangrijke doelen hierbij zijn:
actief en met plezier bewegen,
spelinzicht ontwikkelen,
zelfredzaamheid bevorderen
het ontwikkelen van sociale en motorische vaardigheden.
Door oefenen en het toepassen van regels stimuleren we de kinderen tot samenwerking met
en verantwoordelijkheid voor elkaar, tot grotere technische vaardigheid bij klimmen/klauteren, springen,
zwaaien, rollen, vangen, gooien enz. en tot het zelfstandig bezig zijn en blijven met een activiteit.
Gymnastiek
De kleuters gaan met hun eigen groepsleerkracht drie tot vier keer per week naar de speelzaal.
De groepen 3 t/m 8 krijgen twee keer per week les van een vakdocent. Na de gymles is het verplicht voor de kinderen
om te douchen. Douchen bevordert het besef van hygiëne en gezondheid. Indien de haren niet nat mogen worden, kunnen kinderen gebruik maken van een douchemuts.
Jongens en meisjes douchen gescheiden.
Vanaf schooljaar 2010-2011 participeert De Vlaamse Reus in het ‘Jump-in project’. Zowel preventief als curatief worden kinderen gevolgd in hun voedings- en bewegingspatroon om op die manier een gezonde ontwikkeling te bevorderen.
Hiertoe:
- worden kinderen jaarlijks gewogen en gemeten;
- wordt het bewegingsaanbod verder uitgebreid (naar de pauzes in de vorm van het ‘speelplein’programma);
- wordt er contact onderhouden met ouders en GGD;
- wordt ouders voorlichting gegeven.
Overige sportactiviteiten
Naast de gymlessen is er voor alle kinderen één keer per jaar
in en rondom de school een grote gezamenlijke sportdag;
8e groepers gaan naar de Olympische sportdag.
De Vlaamse Reus doet jaarlijks mee aan het schoolvoetbaltoernooi.
De school doet ook elk jaar weer mee met de Avondvierdaagse;
de kinderen kunnen 5 of 10 km per avond wandelen.
De organisatie van de Avondvierdaagse ligt bij de Ouderraad;
als ouders begeleidt u zelf uw kinderen tijdens het meelopen.
Verder brengt de school verschillende door andere instanties georganiseerde sportactiviteiten onder de aandacht van de kinderen en stimuleert hen om mee te doen.

5.10 Computers
De groepen 3 t/m 8 hebben twee of meer computers
die zijn aangesloten op het netwerk van de school.
Daarnaast is er bij veel groepen nog een “stand-alone”
computer aanwezig waarop CD-roms kunnen worden gedraaid.
De computerprogramma’s op het netwerk zijn vooral educatief;
vaak over wereldoriënterende onderwerpen of onderwerpen
die aansluiten bij het taal-, lees- of rekenonderwijs en
programma’s die passen bij techniek.
In de lagere groepen gaat het ook om behendigheid met bijv. de bediening van de muis,
of het vinden van de weg op het toetsenbord.
In de groepen 2 en 3 staan computers met een speciaal toetsenbord
(grote toetsen met standaardletters i.p.v. hoofdletters).
In de bovenbouw is meer aandacht voor het vlot werken in WORD en het leren werken met PowerPoint.
Alle groepen zijn aangesloten op internet.
Daardoor kunnen kinderen in hun eigen lokaal informatie voor een werkstuk opzoeken.
We hebben daarbij gekozen voor een afgeschermde manier van zoeken door altijd via “Leerwereld”
te laten inloggen en niet zomaar d.m.v. Internet Explorer het Internet te laten bezoeken.
Met behulp van het programma schermcontrole kunnen we controleren wat er op elke computer
in het netwerk gebeurt. Die controle vindt regelmatig plaats.
In de bovenbouw wordt regelmatig gebruik gemaakt van
een beamer,
waarmee leerlingen hun presentatie
kunnen laten zien en leerkrachten hun lessen met
visuele ondersteuning kunnen aanvullen.
In de groepen 3 t/m 8 hangt een digibord of een touchscreen waarop leerlingen hun presentatie kunnen laten zien en leerkrachten hun lessen met visuele ondersteuning kunnen aanvullen.
Voor de groepen zeven en acht wordt jaarlijks na schooltijd
een typecursus aangeboden.

5.11 Gezamenlijk thema
Elk jaar is er op De Vlaamse Reus
een gezamenlijk thema voor alle groepen.
Vaak is dat een creatief project
(bijv. fotografie, dans of muziek).
Maar het project kan ook een maatschappelijke
(bijv. Unicef), een historische (bijv. Egypte)
of andere educatieve inhoud hebben
(bijv. rond het pedagogisch klimaat).
Het project wordt meestal afgesloten met een ouderavond of andere presentatie voor de ouders.

5.12 Uitstapjes, excursies en schoolreisjes
- Korte uitstapjes en excursies
Aangezien OGO sterk gerelateerd is aan de sociaal-culturele omgeving horen daar – binnen de thema’s – geregeld uitstapjes bij naar instellingen buiten de school, zoals bezoek aan een museum, film, postkantoor, (kinder)boerderij, apotheek, politie e.d.
De kinderen doen daar ervaringen ‘in het echt’ op.
Voor alle excursies en uitstapjes geldt dat het vervoer en
de begeleiding voldoen aan de door het bevoegd gezag gestelde eisen.
- Schoolreizen
Alle groepen gaan jaarlijks op schoolreis.
Deze schoolreizen wordt altijd gepland in het voorjaar en hebben tot doel het educatieve
met het recreatieve te combineren.. Op school bereiden de kinderen zich daarop al voor.
Op schoolreis gaan, is een sociaal gebeuren
en op dat gebied ook erg leerzaam.
Het is beslist anders om met je groepsgenoten
op reis te gaan dan met je ouders.
Schoolreizen bevorderen het groepsgevoel en het groepsproces; daarom vinden wij het belangrijk dat alle kinderen meegaan.
De kinderen leven er naartoe en naderhand wordt er nog veel over nagepraat en worden
er opdrachten over gemaakt.
De groepen 1 t/m 5 gaan één dag; de groepen 6 en 7 drie dagen.
De groepen 8 hebben een ‘doedagen’-week met een groot aantal verschillende activiteiten.
Voor de driedaagse schoolreizen huren we een vakantieverblijf of -boerderij op een mooie
en geschikte plek in Nederland. Daar kunnen allerlei activiteiten gedaan worden, zoals zwemmen,
een speurtocht, een kampvuur, een bonte avond en een disco.
Het programma wordt rondom een thema gemaakt en verschilt elk jaar.
Drie dagen trekken de kinderen met elkaar op en leren elkaar daardoor beter kennen,
wat de saamhorigheid vergroot.
Het is ook leuk om elkaar eens te ontmoeten op een andere manier, zoals samen wakker worden en ontbijten. Twee weken voor de driedaagse schoolreis krijgen de kinderen een boekje mee waarin alle nodige informatie over de schoolreis is opgenomen.
Het bestuur heeft voor de hoeveelheid begeleiders per groep richtlijnen opgesteld.
We volgen deze richtlijnen op.
- Schooltuinen
De kinderen van groep 6 krijgen gedurende een groot deel van het schooljaar les op de schooltuinen. 
Daar leren ze een eigen stukje grond te bewerken.
Ze mogen er zaaien en oogsten. In de tussenliggende periode leren ze de tuin te onderhouden. Het laatste deel van het oogsten en het weer gebruiksklaar maken van de tuintjes voor de volgende 6e groepers gebeurt na de zomervakantie als de kinderen in groep 7 zitten.
De Vlaamse Reus beschouwt schooltuinen als een belangrijke aanvulling op het onderwijs binnen de school. Onze (stads)kinderen verwerven inzicht in hoe planten en groenten groeien en wat je moet doen om mooie producten te kweken. Veel kinderen komen anders alleen met de eindproducten in de winkels in aanraking. Op de schooltuinen wordt waardering voor de natuur bijgebracht.
De schooltuinen liggen aan de Jan Tooropstraat. De kinderen gaan er met het openbaar vervoer naartoe.
Ook bij deze activiteit is het belangrijk dat ouders bereid zijn om als begeleiding mee te gaan.
Begeleiding van uitstapjes, excursies en schoolreisjes
Voor de begeleiding van uitstapjes, excursies en schoolreizen
doet de leerkracht een oproep aan de ouders.
Als zich veel ouders aanmelden, bepaalt de leerkracht wíe
er mee gaat(n) als begeleider(s).
Verschillende argumenten zijn hierop van invloed:
- Is het een ouder aan wie ik met een gerust gevoel uw kind overlaat?
- Betreft het een ouder die door het jaar heen regelmatig helpt?
- Is de begeleider lid van de Ouderraad?
De leerkracht legt hierover alleen aan de directie verantwoording af.
Betaling van uitstapjes, excursies en schoolreisjes
Voor alle schoolreizen wordt van de ouders een financiële bijdrage gevraagd.
Over hoe u deze bijdrage kan betalen c.q. overmaken, ontvangt u t.z.t. bericht.

5.13 Extra activiteiten
Koekidoe
In één van de twee extra ruimtes op de bovenverdieping is er voor de groepen 3 en 4 een kinderkeuken:
de ‘ Koekiedoe’;
Hier werken de kinderen in kleine groepjes, onder begeleiding van hulpouders aan het bereiden van basale gerechten. Elke maand is er een nieuw, aan het thema gerelateerd, recept.
Op initiatief van ouders en leerkrachten kunnen hier ook andere kookactiviteiten worden ontplooid.
Presentaties
Het weergeven (en beleven) van (andermans) ervaringen,
vaardigheden en belevingen zijn een deel van de leerprocessen die kinderen doorlopen op De Vlaamse Reus.
Veel van wat de kinderen doen en maken, wordt op de een of andere manier gepresenteerd.
Dat kan zijn in de eigen groep, aan groepen onderling, aan de ouders, op de website of anderszins aan de buitenwereld. Deze presentaties kunnen verschillende vormen hebben.
Presentaties aan medeleerlingen:
- Onderzoeksvragen binnen of gerelateerd aan het thema vormen een essentiële bijdrage aan de leerstof.
(een spreekbeurt is geen losstaande activiteit).
- Tijdens het reuzenpodium treden kinderen op voor verschillende leeftijdsgroepen.
Ze doen dan toneel, dans en zang.
Tijdens en voorafgaand aan deze optredens worden kinderen eigengemaakt met theatervaardigheden.
Ook publieksgedrag maakt hiervan deel uit.
Presentaties voor de ouders:
- Het leescafé is een eindpresentatie van teksten en andere producten,
gemaakt door de kinderen in het kader van de verschillende thema’s van het afgelopen schooljaar.
- Het afscheidsstuk van groep 8 (meestal een al dan niet zelfgemaakte musical).
- De afsluiting van het schoolbreed uitgevoerde thema vormt ieder jaar weer een hoogtepunt.
Ouders worden in de gelegenheid gesteld op één of andere wijze getuige te zijn van deze afsluiting.
Dat kan een optreden zijn, een veiling of een andersoortige presentatie.

5.14 De bibliotheek en de mediatheek
De Vlaamse Reus heeft een bibliotheek die door de kinderen veel wordt gebruikt.
De kinderen kunnen er zelfstandig naar toe om boeken te ruilen.
Zij kunnen bij het zoeken naar een interessant boek geholpen worden.
Elke dag op vaste tijden zijn er hulpouders in de bibliotheek aanwezig.
Het mediatheekgedeelte wordt vooral gebruikt door de kinderen die een werkstuk maken over een bepaald onderwerp.
Er is een redelijk assortiment studieboeken
en andere naslagwerken.
De school neemt jaarlijks een substantieel bedrag op in
de begroting om het boekenbestand op peil te houden.
Tijdens de kinderboekenweek organiseert de ‘biebcommissie’ een boekenmarkt voor nieuwe en gebruikte boeken.
Een deel van de opbrengst komt ten goede aan nieuwe boeken.
De kwaliteit van onze bibliotheek en mediatheek kan alleen
op peil gehouden worden door de inzet van ouders.

5.15 Toetsen, testen en diploma’s (zie ook paragraaf 6.1)
Om kinderen op een goede wijze te begeleiden moet een leerkracht zicht hebben
op de volgende stap in het leerproces van kinderen.
We noemen dit de zone van de naaste ontwikkeling.
Werkend in en aan die zone is het leerrendement optimaal.
Dit vraagt een gedetailleerd leerlingvolgsysteem.
De leerkrachten houden op twee manieren de ontwikkeling van de kinderen in de gaten.
In de onderbouw gebruiken zij de HOREB (handelingsgericht observeren en registreren in basisontwikkeling).
Dit geeft hen de mogelijkheid niet alleen naar eindresultaten te kijken,
maar ook naar het proces dat een kind doormaakt om tot die resultaten te komen.
Op grond van deze observaties worden de volgende activiteiten gepland.
Daarnaast worden alle kinderen van groep 3 t/m groep 7 twee keer per jaar volgens CITO getoetst op rekenen, begrijpend lezen, spelling en woordenschat.
Het technisch lezen wordt minimaal twee keer per jaar getoetst door het afnemen van de AVI-toets.
Dit begint halverwege groep 3 en stopt als een kind AVI-9 beheerst
(m.i.v. het schooljaar 2010-2011 komt hierin een wijziging; u wordt daarover t.z.t. geïnformeerd).
De kinderen van groep 8 doen mee aan de CITO-eindtoets.
De schoolscore wordt in de Vlaamse Post en via het internet bekendgemaakt.
Zowel de AVI- als de CITO-toetsen zijn landelijk genormeerd.
In groep 7 doen de kinderen het verkeersexamen, waarvoor zij een fietsdiploma kunnen krijgen.

5.16 Activiteiten in het kader van gezondheid en gezond gedrag
Niet alleen thuis, maar ook op school is het belangrijk aandacht te schenken aan de gezondheid van de kinderen.
Op De Vlaamse Reus gebeurt dat enerzijds door goede faciliteiten te verschaffen,
anderzijds door de kinderen te helpen bewustzijn voor gezondheid te ontwikkelen.
- Schoolarts en schooltandarts
De GGD heeft de taak de basisschoolkinderen in Amsterdam te volgen op het gebied van hun gezondheid. Daartoe zijn schoolartsen en schooltandartsen aangesteld.
Alle basisschool-kinderen worden volgens een vastgesteld basisprogramma opgeroepen of op school bezocht. De tandarts controleert en behandelt alleen de kinderen waarvan de ouders hebben aangegeven
dat zij dat wensen. Het programma van de schoolarts wordt elk jaar in de schoolagenda gepubliceerd.
De schoolarts neemt ook deel aan het groot zorgverbredingsoverleg (ZVO-groot) van De Vlaamse Reus
(zie paragraaf 6.5).
- Douchen
Op De Vlaamse Reus is douchen na de gymles verplicht voor de kinderen vanaf groep 3.
Het is onderdeel van het schoolprogramma ‘aanleren van gezond gedrag’.
Vrijstelling van douchen geldt alleen als een kind een bewijs van een arts kan overleggen
dat het in zijn/haar geval niet gewenst is.
Gezond gedrag impliceert o.a. dat je je na fysieke inspanning even goed afspoelt.
Voor grotere kinderen geldt veelal dat zij al flink transpireren.
Het is niet fris om met een bezweet lichaam weer in de kleren te stappen.
Bovendien kan het voor het kind zelf en voor de rest van de groep erg hinderlijk zijn.
Indien de haren niet nat mogen worden, kunnen kinderen gebruik maken van een douchemuts.
Er zijn groepsdouches, maar voor wie daar ernstig bezwaar tegen heeft, is er ook een individuele douche. Jongens en meisjes douchen gescheiden.
- Hoofdluis
Hoofdluis is niet te vermijden.
Kinderen zitten vaak met de hoofden bij elkaar als ze spelen of werken.
Hoofdluis springt van het ene hoofd naar het andere (juist als het lekker schoon is) of gaat in de kleren zitten. Vroeger werden de kinderen hierop gecontroleerd door de schoolverpleegkundige.
Dit is echter niet zinvol gebleken: vlak na de controle kan het probleem zich alsnog voordoen.
Daarom is het raadzaam dat ouders zelf hun kind regelmatig op hoofdluis controleren.
Constateert u hoofdluis of neten, behandelt u uw kind dan meteen en borstelt u het haar daarna dagelijks grondig.
Op school houden we ook regelmatig controles. Aangezien dit anders van de onderwijstijd afgaat,
kan het alleen met de hulp van ouders. (U kunt zich hiervoor aanmelden bij de groepsleerkracht.)
Wij raden u aan om de jas van uw kind in een plastic tas aan de kapstok te hangen of een zogenaamde luizencape te kopen. Kinderen waarbij op school hoofdluis gesignaleerd wordt,
krijgen daarover een briefje mee voor de ouders met het verzoek om het kind meteen te behandelen.
De school behoudt zich het recht voor om kinderen met hoofdluis tijdelijk niet op school toe te laten.
- Snoepen
Kinderen in Nederland worden steeds dikker.
Oorzaak is veelal ongezond eten en snoepen.
Naast weinig bewegen, is ongezond eten een van de oorzaken van latere hart- en vaatziekten.
De schooltandarts signaleert steeds meer plak en gaatjes in de gebitten van de kinderen.
De school wil aan dit alles niet bijdragen. Daarom letten we op wat kinderen eten en snoepen.
Bij het ‘tien-uurtje’ eten de kinderen fruit of een boterham.
Ze drinken dan vruchtensap of zuivel.
Koolzuurhoudende en zoete dranken zijn niet toegestaan.

5.17 Kanjertraining
Het is ons streven om elk kind een fijne schooltijd te bezorgen.
Elk kind moet zich veilig en prettig voelen; elk kind mag er zijn.
Daarom hechten we er groot belang aan hoe kinderen met elkaar omgaan,
hoe zij met volwassenen omgaan en andersom.
Een kind moet zich vrij voelen om zich te ontwikkelen en daarbij fouten te kunnen maken.
Onzekerheid, faalangst, agressie, pesten e.d. zijn vaak tekenen dat het kind zich niet vrij of veilig voelt.
Op De Vlaamse Reus leren we de kinderen hoe ze zich daartegen kunnen wapenen,
maar ook hoe ze daar zelf iets aan kunnen veranderen.
Dat doen we met behulp van de Kanjertraining, vanaf groep 1 tot en met groep 8.
De ouders worden daarover geïnformeerd en daarbij betrokken.
Wij beogen dat elk kind zichzelf een kanjer voelt,
met het zelfvertrouwen dat nodig is om te leren, op welk vlak dan ook.

De zorg voor kinderen
6.1 Het volgen van de ontwikkeling van kinderen
(leerlingvolgsysteem)
De Vlaamse Reus gaat uit van het standpunt dat een kind zich niet alleen ontwikkelt
op het gebied van de schoolse vakken, maar ook in andere opzichten, zoals sociaal-emotioneel en motorisch.
Daarom heeft de school een volgsysteem dat alle kanten van de ontwikkeling van het kind in beeld brengt.
In de onderbouw heet dit leerlingvolgsysteem HOREB
(handelingsgericht observeren en registreren in basisontwikkeling).
Dit houdt in dat de leerkracht niet op afstand naar het kind kijkt,
maar juist meedoet met het kind in de activiteit waar het mee bezig is.
De leerkracht kan dan goed zien hoezeer het kind betrokken is bij wat het doet,
wat de betekenis of het belang van de activiteit voor het kind zelf is, hoeveel initiatief het neemt,
wat het al zelfstandig kan, waarin het nog door de leerkracht ondersteund moet worden,
wat de volgende stap zou kunnen zijn, enz.
Het volgen begint direct in groep 1 als het kind op school komt.
Samen met de ouders wordt het zogenoemde entreeformulier ingevuld.
Na drie maanden wordt door de leerkracht de stand van zaken vastgesteld
en vervolgens wordt die elk half jaar bijgehouden.
In de bovenbouw wordt de sociale en emotionele ontwikkeling geobserveerd
en geregistreerd via het LVS-SEO dat bij de Kanjertraining hoort.
De combinatie met de training verhoogt de mogelijkheid te handelen als dat nodig blijkt.
(Zie verder paragraaf 5.15.)

6.2 Naar een andere school
In bepaalde situaties gaan kinderen naar een andere school.
Dat kan zijn, omdat ze naar het voortgezet onderwijs gaan, omdat ze gaan verhuizen
of omdat de ouders een andere school beter voor hun kind vinden.
In alle gevallen zal de nieuwe school bij ons informatie over het betreffende kind opvragen.
Sommige ouders willen dat niet, waarvoor ze hun eigen redenen hebben.
Echter, wij zullen de nieuwe school altijd naar eer en geweten informeren.
Ook wij willen graag de schoolgeschiedenis van een kind weten,
dat van een andere school naar de Vlaamse Reus komt.
Zo komen we niet voor verrassingen te staan,
kunnen we adequaat aan het werk gaan en verliezen we geen kostbare tijd.
Dat is allemaal in het belang van het kind.
Ook wij zouden het niet fijn vinden om onjuist of onvolledig door de vorige school geïnformeerd te worden.
Het is wel zo, dat de school geen schriftelijke informatie van onderzoek door ABC
of andere
buitenschoolse instanties naar de nieuwe school zal sturen als de ouders daarvoor geen toestemming geven.

6.3 Verslaglegging en gesprekken
In oktober worden de ouders uitgenodigd voor een tien-minutengesprek
met de leerkracht om de eerste indrukken omtrent de ontwikkeling van
het kind in het nieuwe schooljaar te bespreken; het gesprek is verplicht.
Als er zorg is over het kind, worden er vervolgafspraken gemaakt.
Ouders blijven zo op de hoogte van de ontwikkelingen van het kind;
zij kunnen met de leerkracht nagaan wat de beste manier is om het kind te helpen.
In januari en in juni maakt de groepsleerkracht van elk kind een schriftelijk schoolverslag voor de ouders;
het daaraan gekoppelde gesprek in januari is verplicht, een gesprek in juni vindt alleen plaats wanneer
óf de ouders óf de leerkracht aangeven hieraan behoefte te hebben.
In januari wordt het verslag enkele dagen voorafgaand aan het tien-minutengesprek met de kinderen
mee naar huis gegeven, zodat de ouders het kunnen lezen.
Als het kind oud genoeg is,
bespreekt de leerkracht vóór het oudergesprek ook met het kind wat er in het verslag staat.
Ouders kunnen zelf natuurlijk ook een afspraak met de leerkracht maken als zij buiten
de geplande momenten willen weten hoe hun kind zich ontwikkelt.
(zie ook paragraaf 7.2)

6.4 Wel of niet naar het volgende leerjaar
Op De Vlaamse Reus wordt er rekening mee gehouden dat kinderen
in niveau en werktempo van elkaar verschillen.
Derhalve wordt er in niveaugroepen gewerkt.
Dat betekent dat sommige kinderen een aangepast programma krijgen.
Als een kind aan het eind van het schooljaar niet het vereiste niveau van de groep heeft
en het welbevinden van het kind daar onder lijdt, kan dat gevolgen hebben voor het volgende leerjaar.
Het kind kan een leerjaar overdoen.
Dit wordt ruimschoots van tevoren met ouders besproken.
Wanneer een jaar wordt overgedaan,
wordt bekeken op welke gebieden het kind verder kan gaan en welke leerstof herhaald moet worden.

6.5 Zorgverbreding op De Vlaamse Reus
Zorgverbreding is de organisatie rondom kinderen die extra zorg nodig hebben.
Zorg die de groepsleerkracht niet alleen kan bieden.
- Wie krijgt op school extra zorg?
Aan elk kind wordt de nodige zorg besteed,
maar sommige kinderen hebben wat meer zorg nodig dan andere.
Het kan bijvoorbeeld zijn dat een bepaald rekenprobleem niet meteen begrepen wordt
of dat het lezen (nog) niet vlot gaat.
Het kan ook een gedrags-, sociaal-emotioneel of werkhoudingsprobleem zijn;
bijvoorbeeld omdat het kind
zich moeilijk kan concentreren of faalangstig is of moeite heeft met contacten met andere kinderen.
Soms ligt het tempo in de groep voor bepaalde kinderen te laag of is de stof te gemakkelijk.
Ook deze kinderen werken zoveel mogelijk in hun eigen tempo.
Als het wenselijk is, wordt ook aan extra aanbod gedaan.
Indien mogelijk, wordt dit in overleg met of met hulp van de ouders gedaan.
- Wie geeft die extra zorg?
De groepsleerkracht geeft leerlingen de nodige zorg.
Dit is echter niet voor elk kind voldoende; sommige kinderen hebben extra zorg nodig.
Om ook dat kind de juiste zorg te bieden, is er een zorgverbredingsteam op school. Dit bestaat uit de intern begeleiders (één voor de onderbouw en één voor de bovenbouw) en de remedial teacher. Eén van de interne begeleiders coördineert de zorg. De intern begeleiders (IB’er) zijn er om de leerkrachten te helpen de aanpak steeds beter op de behoefte van de verschillende kinderen af te stemmen. De IB’er werkt niet zelf met deze kinderen. De remedial teacher werkt wél met kinderen die extra zorg nodig hebben.
- Hoe wordt besloten of een kind extra zorg nodig heeft?
De groepsleerkracht observeert de kinderen tijdens hun spel of werk en bij de omgang met andere kinderen.
Als er bijzonderheden opvallen, observeert hij nog gerichter.
De groepsleerkracht informeert de ouders hierover.
De bevindingen worden op papier gezet en besproken met de IB’er.
Samen komen zij tot een bepaalde aanpak om het kind te helpen, het plan voor speciale aandacht (p.s.a.). Afgesproken wordt hoe lang met de nieuwe aanpak gewerkt wordt.
De ontwikkeling wordt dan opnieuw bekeken.
Als blijkt dat er geen of onvoldoende vooruitgang is geboekt,
bespreekt de IB’er het kind met het interne zorgverbredingsteam (ZVO-klein).
Daar wordt besproken of er verdere mogelijkheden zijn in de school (bijv. remedial teaching)
of dat deskundigen van buiten de school moeten worden geraadpleegd
(bijv. het ABC, het schoolmaatschappelijk werk, de schoolarts of een pré-ambulante begeleider
uit het speciaal onderwijs).
Het ZVO-klein kan ook besluiten het kind voor verder advies in te brengen bij het ZVO-groot.
Dat is een zorgoverleg met externen.
Het zorgoverleg is dan uitgebreid met een pré-ambulante begeleider uit het speciaal onderwijs,
een schoolarts of -verpleegkundige, de buurtregisseur, de leerplichtambtenaar en een
schoolmaatschappelijk werker vanuit het ABC.
De groepsleerkracht informeert de ouders wanneer hun kind in het ZVO-groot wordt besproken.
Iedere deelnemer aan het ZVO-groot kan vervolgens actie ondernemen als het probleem zich
op zijn gebied voordoet.
Als externe instanties worden ingeschakeld, gebeurt dit altijd met toestemming van de ouders.
Met hulp van deze instanties wordt het p.s.a. voor een bepaalde periode bijgesteld of wordt er
tot nader onderzoek besloten.
Voor dit laatste gelden bepaalde aanmeldingsprocedures waarvoor toestemming van de ouders nodig is.
- Hoe worden de ouders ingelicht?
Als de groepsleerkracht bijzonderheden opmerkt,
wordt er contact opgenomen met de ouders en wordt met hen de eventuele oorzaak doorgesproken.
Het kind kan bijvoorbeeld thuis even een moeilijke periode doormaken.
Het beste voor het kind is dat ouders en leerkracht elkaar op de hoogte houden.
Samen wordt een tijdelijke aanpak bedacht, zoals thuis oefenen of juist alles even laten rusten.
Levert dat geen resultaat op, dan legt de leerkracht het probleem voor aan de intern begeleider.
De procedure gaat dan zoals hierboven beschreven.
De ouders worden door de groepsleerkracht van elke stap op de hoogte gebracht.
Ouders hoeven niet te wachten tot de leerkracht hen uitnodigt voor een gesprek.
Zij kunnen zelf ook altijd een afspraak maken (na schooltijd) wanneer zij dat in het belang van hun kind achten. Van de ontwikkeling van elk kind houdt de school een dossier bij.
Ouders mogen dat op aanvraag altijd inzien.
- Wat doet het ABC?
Als de school er zelf met een kind niet uitkomt, kan er advies worden gevraagd bij het ABC,
het advies- en begeleidingscentrum voor het onderwijs in Amsterdam.
Hiervoor krijgt de school een beperkt budget toegewezen. Als de school het ABC wil inschakelen,
vraagt het hiervoor eerst schriftelijke toestemming aan de ouders van het kind.
Voordat het ABC advies kan geven, moet het eerst onderzoek doen.
Dat onderzoek kost de school veel geld;
we verwachten dan ook dat ouders vooraf toestemming geven
de resultaten van het onderzoek te delen met de school..
Een vast onderdeel is een pedagogisch-didactisch onderzoek (PDO).
Dit doet de school (de RT’er) zelf.
Per kind wordt bekeken of verder ABC-onderzoek nodig is en zo ja, wat voor onderzoek.
Dat kan gaan om een huisbezoek, een observatie in de klas en/of een psychologisch onderzoek.
Het ABC informeert de ouders en de school wanneer het onderzoek zal plaatsvinden.
Het onderzoek wordt op school gedaan.
Een medewerker van het ABC is op een vaste dag in de week op De Vlaamse Reus aanwezig.
Als het onderzoek is afgerond, doet het ABC verslag aan de ouders en de school.
Gezamenlijk wordt besproken wat het beste lijkt voor het kind om te doen.
Het ABC adviseert bijv. aangepast lesmateriaal,
een bepaalde aanpak thuis of verwijst naar een hulpverlenende instantie.
In sommige gevallen adviseert het ABC een school voor speciaal onderwijs.
- Wat gebeurt er als de school een kind niet meer kan helpen?
Het beleid vanuit het Ministerie van Onderwijs is erop gericht kinderen
zoveel mogelijk op de basisschool onderwijs te laten volgen.
Wij onderschrijven dit beleid en doen er alles aan zoveel mogelijk kinderen op De Vlaamse Reus te houden.
Als – met alle hulp en advies – blijkt dat de mogelijkheden van de school om het kind verder te helpen uitgeput zijn, wordt de ouders geadviseerd om samen met de school te zoeken naar een andere vorm van onderwijs.
De school schrijft dan een uitgebreid rapport. Op basis van dit rapport adviseren deskundigen
op welke school uw kind het best geholpen kan worden.
Dit rapport wordt met de ouders besproken en gezamenlijk ondertekend.
Aan een verwijzing gaat een lang traject vooraf waarbij ouders intensief betrokken worden.
- Wat gebeurt er als uw kind langdurig ziek is?
Het gebeurt gelukkig niet vaak, maar ook een kind kan langdurig ziek worden.
Het is dan voor langere tijd thuis of in een ziekenhuis en mist in die periode een flink stuk onderwijs.
Daarvoor zijn enkele voorzieningen geregeld die ervoor zorgen dat het kind niet al te veel achterop komt
in zijn leerproces. De zorgcoördinator kan u vertellen hoe dit georganiseerd wordt.
- Opvoedondersteuning
Opvoeden is een bijzonder ingewikkeld proces.
Bij iedereen verloopt dat anders en zelden verloopt het probleemloos.
Het leren van een kind kan bijv. beïnvloed worden door problemen in de opvoeding.
Een kind kan slecht willen eten / luisteren / slapen, regelmatig ruzie hebben, bang of onzeker zijn.
Om hier goed mee te kunnen omgaan, bestaat op school de mogelijkheid om,
vrijblijvend en vertrouwelijk, te praten met een opvoedingsondersteuner.
Met zo’n gesprek kunnen kleine problemen worden opgelost.
Laat die problemen dus niet groter worden en kom naar het opvoedingsspreekuur.
Daar zijn u en uw kind bij gebaat.
Via de leerkracht van uw kind kunt u altijd informatie vragen over het waar en wanneer van dit spreekuur.
Ook wordt u geïnformeerd via posters op de prikborden en in de Vlaamse Post.

6.6 Resultaten van het onderwijs op De Vlaamse Reus
Meestal wordt op de vraag wat het resultaat is van het onderwijs op een school verwezen naar
de CITO-eindtoetsscore of naar het aantal kinderen dat naar hogere vormen van voortgezet onderwijs gaat.
Op De Vlaamse Reus zien wij dat niet zo.
- Wat zijn goede resultaten?
Wij vinden dat de resultaten van ons onderwijs niet alleen af te leiden zijn uit de score
op landelijk genormeerde toetsen of uit cijfers over het aantal kinderen dat doorstroomt naar het gymnasium. Daaraan valt o.i. niet te zien hoe een kind zich heeft kunnen ontwikkelen.
De vraag wordt namelijk niet gesteld met welke mogelijkheden elk individueel kind op school is gekomen
en wat de school daar vervolgens mee gedaan heeft.
Het is in onze visie belangrijk dat kinderen op de juiste plek in het voortgezet onderwijs terechtkomen.
In het leerlingvolgsysteem van onze school
(zie paragraaf 6.1)
worden ontwikkeling en resultaten nauwkeurig bijgehouden.
- CITO-eindscores
De CITO-eindscores worden op twee manieren uitgedrukt:
- afgezet tegen het algemeen landelijk gemiddelde.
- afgezet tegen het landelijk gemiddelde van qua bevolking vergelijkbare scholen.
| |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
| Landelijk gemiddelde: |
536,1 |
536,1 |
535,2 |
534,6 |
| Gemiddelde vergelijkbare scholen: |
533,7 |
533,7 |
531,1 |
532,8 |
| Gemiddelde De Vlaamse Reus: |
538,3 |
538,3 |
532,2 |
531,6 |
Voor resultaten van alle Amsterdamse scholen kunt u hier kijken:
http://www.bboamsterdam.nl/25/spiegel-po-2011

6.7 De overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs
In het Amsterdams onderwijs volgen de basis- en voortgezette scholen de zogenaamde ‘kernprocedure’.
In deze procedure zijn precies de stappen vastgelegd die de scholen moeten doen om de kinderen
op de juiste plaats in het voortgezet onderwijs (VO) te brengen.
De ouders zijn natuurlijk vrij een school voor voortgezet onderwijs te kiezen,
maar het kind moet daarvoor wel geschikt geacht worden.
Eén van de onderdelen van de procedure is dat kinderen in groep 8 in februari de CITO-eindtoets doen.
De uitslag van deze toets is – met het advies van de basisschool – bepalend voor het voortgezet onderwijs
om het kind wel of niet aan te nemen.
De Vlaamse Reus ziet een aantal factoren als minstens even belangrijk:
- motivatie en doorzettingsvermogen
- werk kunnen plannen en kunnen omgaan met een agenda (taken indelen)
- goede sociale omgang met andere mensen.
Zij vormen o.i. de voorwaarden voor een succesvol vervolg na de basisschool.
Wanneer de uitslag van een CITO-eindtoets afwijkt van het schooladvies wordt nader overleg gevoerd
en kan eventueel aanvullend onderzoek worden gedaan door de school voor voortgezet onderwijs.
Met de scholen voor voortgezet onderwijs bestaat een goed contact.
Regelmatig wordt De Vlaamse Reus op de hoogte gehouden van de resultaten van onze oud-leerlingen.
Hieruit kunnen we afleiden of de advisering correct is geweest.
In de afgelopen jaren hebben de resultaten van onze oud-leerlingen uitgewezen dat het schooladvies
voor het overgrote deel juist was.
Ter voorbereiding op het schoolkeuzeproces worden ouders en kinderen voorgelicht over de verschillende vormen van voortgezet onderwijs.
In december wordt er voor de ouders een voorlichtingsavond gehouden
in de school over de gang van zaken rondom de kernprocedure.
Die procedure is gedigitaliseerd. Door middel van het Elektronisch Loket Kernprocedure & Keuzegids (het ELKK) levert de basisschool gegevens
als advies en CITO-uitslag aan. Nadat die gegevens worden vrijgegeven kan één school voor voortgezet onderwijs die raadplegen. Het ELKK is strikt afgeschermd en alleen de vervolgschool die
het inschrijfformulier met leerlingcode van een leerling heeft ontvangen, kan de gegevens van die betreffende leerling uitlezen.
Voorafgaand aan de inschrijving hebben ouders en 8e groepers een maandlang de gelegenheid
om verschillende informatieavonden van vervolgscholen te bezoeken.
Vervolgens kan maar op één school voor voortgezet onderwijs worden ingeschreven.
Ouders van 8e groepers krijgen medio november/december een ouderavond over het schoolkeuzetraject.

6.8 Vervanging bij ziekte van leerkrachten
Ook leerkrachten worden wel eens ziek.
De tijd dat er vaste invallers waren, is helaas voorbij.
Als het om een langere periode gaat, lukt het ons meestal een vervanger van buitenaf te vinden.
Voor een korte vervanging betreft het meestal een duo leerkracht,
een ingewerkte stagiaire of een vervanger van de school zelf.
Wij kiezen er uitdrukkelijk voor om in zo’n geval geen taakleerkrachten in te zetten
(IB’ers, RT’ers, gymleerkrachten of directie).
Bij uitzondering gebeurt het wel, maar deze mensen hebben hun eigen werk dat niet steeds onderbroken
moet worden; met continuïteit is iedereen gediend.
Wij moeten voorkomen dat zij door frustratie ook ziek worden en afhaken.
Als er geen vervanging is, dan zijn er een aantal mogelijkheden:
- De kinderen worden onderverdeeld
We kunnen de kinderen in andere groepen onderbrengen.
Dit is een hele ingreep in wordt alleen toegepast als er níemand te vinden is die de groep kan begeleiden.
- De kinderen blijven thuis
Op een grote school als De Vlaamse Reus kan het gebeuren dat meerdere leerkrachten tegelijk ziek zijn.
Het is dan voor de school onmogelijk om voor alle betreffende groepen intern een oplossing te vinden.
In dat geval vragen we de ouders om hun kind thuis te houden..
Worden wij er op de dag zelf mee geconfronteerd, dan wordt u ’s morgens gebeld.
Wij sturen kinderen nooit naar huis zonder dat de ouders daarvan weten.
Het is raadzaam dat u voor zulke gevallen een alternatieve opvang voor uw kind heeft.
Komt u echter zelf door zo’n situatie in de problemen,
dan kan uw kind altijd naar school en wordt het in een andere groep ondergebracht.

6.9 Leerkrachten met specifieke taken
De groepsleerkrachten zijn verantwoordelijk voor de gang van zaken in hun groep.
Dit in samenwerking met de andere (taak)leerkrachten in de bouw en in de school.
- De vakleerkracht bewegingsonderwijs:
Deze (parttime) leerkracht is aangesteld om twee keer per week de kinderen
van de groepen 3 t/m 8 gymles te geven.
Zij organiseert ook de sportdagen en stimuleert de kinderen tot het deelnemen aan andere sportevenementen.
- Intern begeleiders (IB’ers):
Aangezien ons onderwijs voortdurend in ontwikkeling is,
is het van belang dat de leraren worden ondersteund bij het steeds verbeteren van hun handelen in de groep. Daarom is er op De Vlaamse Reus in elke bouw een intern begeleider.
Zij zorgen ervoor dat de afspraken, die in de school of in de bouw gemaakt zijn betreffende
een eensluidende werkwijze, kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast ondersteunen de IB’ers
de leerkrachten bij het begeleiden van de (zorg)kinderen.
Voor een deel gebeurt dat vanuit hun eigen werkruimte; zij moeten veel telefonisch regelen, contacten met instanties onderhouden, oudergesprekken voeren, enz. Zij nemen deel in het ZVO-klein en ZVO-groot (zie ook paragraaf 6.5).
- Remedial teachers (RT’ers):
Remedial Teachers werken met de groepsleerkrachten samen door direct kinderen
te ondersteunen die (maximaal 2x 6 weken) extra hulp nodig hebben.
Dat kan vaak in de groep gebeuren, maar soms ook in de werkruimte van de RT’ers zelf
(bijv. bij instructie met specifieke materialen of bij het afnemen van testen).
De RT’er stelt ook samen met de groepsleerkracht handelingsplannen op, evalueert die en stelt ze bij.
De RT’er voert ook oudergesprekken en neemt deel aan het ZVO-klein en het ZVO-groot;
dat stemt hij weer af met de groepsleerkracht.
- De bouwcoördinatoren:
De bouwcoördinatoren vormen met de intern begeleiders het middenmanagement van de school.
Eens in de 6 weken is er een overleg van het middenmanagement met de directie,
het MMO (middenmanagement overleg).
Er wordt over nieuw en bestaand beleid gesproken, er wordt gerapporteerd uit en naar onder- en bovenbouw. Bouwcoördinatoren regelen zaken voor hun bouw, zij organiseren de bouwoverleggen en zitten die voor.

Ouders
De betrokkenheid van ouders bij de school is van groot belang.
Niet alleen voor de organisatie van de school zelf, maar vooral ook als stimulans voor de kinderen.
De Vlaamse Reus wil een ‘tweede thuis’ zijn voor kinderen.
Daarom is een goede communicatie tussen ouders en school een voorwaarde.
Het is belangrijk om elkaar te vinden wanneer er vragen zijn of kritiek is.
Het is altijd mogelijk om met leerkrachten of directie een afspraak te maken als u iets te bespreken heeft.
Met vroegtijdige op- of aanmerkingen kunnen irritaties of problemen sneller worden opgelost.
Ouders én school voelen zich dan ook samen verantwoordelijk voor het wel en wee van de kinderen.
De belangstelling van ouders voor het onderwijs aan de kinderen is noodzakelijk voor een goede ontwikkeling.

7.1 Wat verwachten wij van de ouders in de school?
Het onderwijs op De Vlaamse Reus is ontwikkelingsgericht (zie ook hoofdstuk 3).
Basis van ons onderwijs is dat kinderen zo min mogelijk emotionele belemmeringen ondervinden,
dat ze zelfvertrouwen hebben en dat ze nieuwsgierig zijn.
Als een kind niet aan deze voorwaarden kan voldoen, kan het zich volgens ons niet optimaal ontwikkelen.
Wij willen als school samen met de ouders werken aan verbetering van die voorwaarden.
Dit betekent voor de kinderen en hun ouders dat het belangrijk is:
- dat ouders regelmatig een kijkje nemen in de klas om te zien waar de kinderen mee bezig zijn.
De kinderen worden hierdoor gestimuleerd, voelen zich trots en raken nog meer gemotiveerd om
hun best te doen. U bent bijv. van harte welkom ’s morgens tijdens de dagstart
(bij de kleuters is dat dagelijks van 8.30 tot 8.40 en bij de groepen 3 en 4 worden de dagen met een dagstart afgesproken door de leerkracht). U kunt dan samen met uw kind iets doen, waardoor uw kind voelt dat zijn ouders het belangrijk vinden wat hij doet (zie ook paragraaf 4.1).
- dat ouders de leerkracht informeren over de belangstelling en schoolbeleving van hun kind;
leerkrachten kunnen daar dan beter en eerder in hun aanbod bij aansluiten;
- dat ouders de leerkracht op de hoogte houden van het wel en wee van hun kind;
leerkrachten kunnen dan beter rekening kunnen houden met de stemming van het kind bij problemen
binnen het gezin, leuke gebeurtenissen of bij ziekte, e.d.
- dat ouders de schoolregels en -tijden respecteren;
kinderen weten beter waar ze aan toe zijn als zij eenduidige signalen van school en thuis krijgen.
Net als de regel voor leerlingen is het ook aan anderen niet toegestaan op het plein of in de school
het gezicht (grotendeels) te bedekken door gezichtsbedekkende kleding, kapsel, helm, zonnebril o.i.d.
De door de school zeer belangrijk gevonden communicatie wordt hierdoor bemoeilijkt.
Zoals ouders verwachten dat de school zijn best doet voor het kind,
zo verwachten wij dat ouders hun best doen voor de school.
Iedereen kan íets betekenen voor de school. (zie paragraaf 7.4 en 7.7).

7.2 Welke mogelijkheden hebben ouders om contact te hebben met de school?
Er is door de school een aantal mogelijkheden georganiseerd voor ouders om goed op de hoogte te blijven
van de ontwikkeling van hun kind en de organisatie van de school.
- Tijdens de dagstart kunt u in de klas werk van uw kind bekijken,
samen met uw kind een activiteit ondernemen (voorlezen, spelletje, e.d.) en heel kort even een mededeling
aan de leerkracht doorgeven of een afspraak maken voor een wat langer gesprek.
- Aan het begin van het schooljaar wordt er een kennismakingsavond in de klas georganiseerd.
Ouders worden geïnformeerd over het jaarprogramma,
de werkwijze in de groep en de materialen en leermiddelen die gebruikt zullen worden.
Zij kunnen vragen stellen en – indien van toepassing – kennismaken met de leerkracht.
Deze avond is niet bedoeld om over uw eigen kind te praten,
maar wel om u te informeren over de omgeving waarin uw kind zich dat jaar bevindt,
waaraan het gaat werken en wat uw eigen bijdrage kan zijn aan een goed verloop daarvan.
Ieder kind dient vertegenwoordigd te zijn.
Ouders die zonder afbericht afwezig zijn, zullen informatie missen en zullen hierover niet apart ingelicht worden.
- In oktober is er een algemene ouderavond,
waarop u geïnformeerd
wordt door en over de ouderraad en de medezeggenschapsraad.
Op deze avond leggen de ouderraad, medezeggenschapsraad en de overblijfcommissie verantwoording af over de gemaakte keuzes en het bestede geld. Deze avond heeft meestal ook
een thematisch deel waarin de ouders worden geïnformeerd
over een belangrijk onderdeel van het onderwijsaanbod,
het schoolbeleid of een bepaalde werkwijze.
- Eén keer per jaar is er een thema-avond voor de ouders.
Deze is vaak gekoppeld aan de afsluiting van een gezamenlijk project voor de kinderen of aan
de algemene ouderavond. Op deze avond staat een schoolactiviteit of -prioriteit centraal.
- Twee keer per jaar wordt u uitgenodigd voor een oudergesprek over de ontwikkeling van uw kind
(in oktober en januari). Ook wordt u twee keer per jaar door middel van een schriftelijk verslag geïnformeerd
(in januari en juni). Indien nodig wordt u voor vervolggesprekken uitgenodigd.
- Voor of na schooltijd kunt u met de groepsleerkracht een afspraak maken voor een extra gesprek.
Het is meestal niet mogelijk om meteen een gesprek te hebben, omdat vóór schooltijd de kinderen hun aandacht nodig hebben en leerkrachten na schooltijd vaak andere zaken te doen hebben
(vergaderingen, lesvoorbereidingen, oudergesprekken, e.d.).
In principe kunt u naast de rapportgesprekken een extra gesprek aanvragen.
Wij vragen u hierin terughoudend te zijn, omdat extra oudergesprekken van de leerkracht extra tijd vragen,
die zij anders zouden besteden aan de voorbereiding van de lessen of ander werk voor de groep en school.
- Iedere maandagochtend (van 8.30 uur tot 9.15 uur) is er een spreekuur van de directie
in het directiekantoor van het hoofdgebouw.
U kunt tijdens het spreekuur ook telefonisch een afspraak maken voor een gesprek op een ander tijdstip.

7.3 Omgangsvormen / agressie
De Vlaamse Reus moet een veilige plek zijn voor kinderen, ouders en personeel.
We communiceren dus ook op een gelijkwaardige wijze met elkaar.
Hierbij hoort een aantal afspraken waaraan we ons en elkaar moeten houden.
De belangrijkste is dat we niet over elkaars grenzen gaan en dat we de mogelijkheid hebben
aan te geven wanneer iemand over de onze gaat of dreigt te gaan.
In de groepen werken we met de kanjertraining.
In deze aanpak wordt kinderen geleerd hoe met elkaar om te gaan.
Ook ten opzichte van ouders hanteren we dezelfde uitgangspunten.
Dat dit werkt, blijkt uit het geringe aantal incidenten dat zich op school voordoet.
Soms echter gebeurt het toch dat er een situatie ontstaat waarbij één van de gesprekspartners
zich geïntimideerd voelt. Het betreft dan meestal verbaal geweld op een dreigende of beschuldigende toon.
Dit kan gaan over de prestaties of het gedrag van een kind of de manier waarop een leerkracht
wordt aangesproken op pedagogische of didactische stappen die zijn ondernomen.
Het betreft hier meestal een verschil in visie op de aanpak.
Het is dan belangrijk eerst feiten uit te wisselen en elkaar proberen te begrijpen.
Sommige gesprekspartners hebben de neiging een intimiderende of beschuldigende toon aan te slaan.
Stemverheffing en in de rede vallen, onderstrepen vaak de toon. Het gesprek loopt dan soms uit de hand.
Een dergelijk gesprek heeft verstrekkende gevolgen voor de betrokkenen en hun onderlinge relatie.
De relatie tussen ouders en leerkracht is immers gebaseerd op vertrouwen.
Stemverheffing of intimidatie worden níet getolereerd en hebben altijd gevolgen.
Het gesprek zal direct worden afgebroken.
Wanneer een gesprek uit de hand is gelopen,
besluit de directie dat een volgend gesprek niet meer één-op-één wordt gevoerd.
Er zal dan altijd een derde persoon aanwezig zijn die (de toon van) het gesprek kan volgen.
Doet zich een incident voor dan wordt dit altijd opgenomen in het dossier van het betreffende kind
en wordt er een meldingsformulier ingevuld ten behoeve van de incidentregistratie.
Intimidatie of stemverheffing in het bijzijn van kinderen is absoluut onaanvaardbaar.
In een dergelijk geval wordt de directie of een collega die in de buurt is onmiddellijk ingelicht
om de leerkracht bij te staan.
Dergelijk gedrag leidt altijd tot melding bij het bestuur en kan leiden tot een schoolverbod van de ouder
en/of aangifte bij de leerplichtambtenaar of de politie.
Kinderen hebben onderling weleens een conflict.
Wanneer u als ouder hier iets mee wilt, is het niet de bedoeling dat u andermans kind hier direct op aanspreekt,
niet in de school en niet buiten de school; dat kan erg bedreigend overkomen voor een kind.
Doet u dat bij voorkeur via de ouder of eventueel via de leerkracht van het kind.
Wanneer u als ouder moeite hebt met een situatie is het zaak uw zienswijze neer te leggen
bij diegene die er iets aan kan doen. Dan bestaat de kans dat het probleem kleiner wordt.
Wordt een probleem lukraak in het rond gestrooid, dan wordt het daar niet kleiner van,
maar eerder groter en ondoorzichtiger.

7.4 Meedoen!!!!
De medezeggenschapsraad
Meebeslissen en meedenken door ouders is op de basisschool een heel gewone zaak.
Terecht ook,
want u wilt tenslotte dat uw kind goed onderwijs krijgt en naar een school gaat die goed bij uw kind past. Meebeslissen en meedenken is zelfs wettelijk geregeld in de ‘Wet op de Medezeggenschap Onderwijs’.
Deze wet zegt dat er op iedere school een medezeggenschaps-raad (MR) moet zijn.
In de MR zitten vertegenwoordigers van de ouders en van het team.
De MR heeft een aantal in de wet genoemde taken en bevoegdheden en is daarnaast bevoegd tot bespreking
van alle aangelegenheden die de school betreffen.
Tot de taken van de MR behoren o.a. het bevorderen van openheid, openbaarheid en onderling overleg in de school, het waken voor discriminatie, het bevorderen van gelijke behandeling in gelijke gevallen.
De medezeggenschapsraad van De Vlaamse Reus vergadert in principe één keer per zes weken.
De vergaderingen zijn openbaar, maar in bepaalde gevallen kan een gesloten vergadering worden gehouden,
bijv. wanneer er over personen wordt gesproken.
Mocht u vragen, ideeën of kritiek hebben, dan kunt u hierover contact opnemen met één van de leden van de MR;
de namen van deze leden worden in de schoolagenda gepubliceerd.
Na de verkiezingen worden de nieuwe leden in de Vlaamse Post bekend gemaakt.
Ook de vergaderdata worden in de Vlaamse Post aangekondigd.
De vergaderingen worden in het hoofdgebouw gehouden, beginnen om 19.30 uur en sluiten om 21.30 uur.

De ouderraad
Ouders kunnen niet alleen in de MR actief zijn, maar ook in de ouderraad (OR).
De ouderraad heeft een hele belangrijke functie binnen de school.
De leden helpen bij het organiseren van allerlei activiteiten tijdens en buiten schooltijd.
U kunt daarbij denken aan sportevenementen (zoals de sponsorloop en de avondvierdaagse),
feesten (zoals het kerst- en sinterklaasfeest, maar ook het suiker- en lentefeest) en het afscheid van groep 8.
Ook de schoolfotograaf wordt geregeld door de ouderraad evenals diverse teams,
zoals het klussenteam, het veegteam, het luizenteam e.a.
Eén keer per jaar wordt door de ouderraad de Algemene Ouderavond belegd,
waarop aan alle ouders verantwoording wordt afgelegd over de activiteiten en de besteding van de financiën.
Op deze avond worden ook nieuwe plannen voorgelegd en suggesties in overweging genomen.
De ouderraad kan veel hulp gebruiken van andere ouders;
Als iedere ouder íets doet, komt het werk niet steeds op dezelfden neer.
Wilt u ook meedoen?
Mail dan naar or@devlaamsereus.nl of raadpleeg www.devlaamsereus.nl
Op de door de ouderraad georganiseerde jaarlijkse Algemene Ouderavond wordt de hoogte
van de vrijwillige ouderbijdrage vastgesteld; deze bedraagt ongeveer € 30,00,
maar als u een groter bedrag kunt missen, zijn we daar erg blij mee.
Van deze bijdrage worden allerlei activiteiten bekostigd, zoals de uitgaven voor het kerst- en sinterklaasfeest,
het afscheidscadeau voor de achtste groepers en andere onderwijs-, sport- en spelactiviteiten.
Ook wordt er een Artis-jaarkaart van betaald alsmede het vervoer van en naar het Muziekatelier.
Ouders geven op het inschrijvingsformulier van hun kind aan dat zij zich realiseren dat deze vrijwillige bijdrage
van hen gevraagd wordt. Zij krijgen een acceptgirokaart van de penningmeester van de ouderraad thuisgestuurd.
Wie niet in staat is om de beperkte ouderbijdrage te betalen, heeft altijd overleg met de directie om te bezien
of op andere wijze een bijdrage kan worden geleverd aan de activiteiten op school.
Aangezien de ouderbijdrage op De Vlaamse Reus – in vergelijking met veel andere scholen – niet zo hoog is,
wordt voor schooltuinen (groep 6) en schoolreizen (alle groepen) een aparte bijdrage van de ouders gevraagd.
Zonder deze bijdrage kan uw kind niet aan deze activiteiten deelnemen.

7.5 Informatievoorziening
Ongeveer één keer in de twee weken ontvangt u de Vlaamse Post.
Dat is een informatiebulletin waarin u van de laatste schoolnieuwtjes op de hoogte wordt gesteld.
De blaadjes zijn genummerd, zodat u altijd kunt zien of u er één gemist hebt.
In dat geval kunt u bij de administratie alsnog een exemplaar opvragen.
Ook op de site kunt u de Vlaamse Post lezen of kunt u zich abonneren op de digitale versie.
De directie, het team, de medezeggenschapsraad, de ouderraad en de overblijf plaatsen hun mededelingen, informatie en oproepen in de Vlaamse Post.
Maar ook ouders kunnen er hun ideeën en vragen in kwijt
(advertenties en oproepen worden altijd door de redactie en directie beoordeeld).

7.6 Informatieochtenden
Aangezien De Vlaamse Reus graag duidelijk wil maken aan (nieuwe) ouders waar de school voor staat,
organiseren we een aantal informatieochtenden per schooljaar.
U wordt op deze bijeenkomsten geïnformeerd over het OGO-concept, u wordt rondgeleid in de school,
u kunt in de groepen kijken en u mag uiteraard uw vragen stellen.
De bijeenkomsten vinden plaats op woensdagen, beginnen om 9.00 uur en duren ongeveer twee uur.
Er is geen kinderopvang aanwezig.
De data van deze bijeenkomsten worden jaarlijks in de schoolagenda bekend gemaakt.

7.7 Overblijven
Kinderen van buitenshuis werkende ouders kunnen tijdens de lunchpauze op school overblijven.
Een vaste groep ouders vangt de kinderen op, zoveel mogelijk in de eigen groep en in het eigen groepslokaal.
Eerst wordt geluncht en daarna wordt er gespeeld; bij goed weer buiten.
De kinderen nemen zelf eten en drinken mee.
Wanneer uw kind op vaste dagen overblijft,
kunt u het beste een contract afsluiten voor één of meerdere dagen per week.
Het schooljaar is verdeeld in vier periodes, zodat u per periode kunt betalen;
betaalt u meerdere periodes in één keer, dan krijgt u korting.
Betaling vindt bij voorkeur giraal plaats, maar contant betalen kan ook.
De openingstijden van het kantoor van de overblijf worden in de Vlaamse Post vermeld.
Uw kind kan ook incidenteel overblijven.
Voor die situaties dient u een strippenkaart te kopen;
strippenkaarten zijn verkrijgbaar vanaf minimaal 5 strippen (of een veelvoud daarvan).
De kaarten blijven op school.
Elke keer dat het kind overblijft, wordt er een strip afgetekend.
U ontvangt bericht als de kaart bijna vol is.
De kaart blijft 8 jaar geldig en er is zelfs de mogelijkheid na die acht jaar ongebruikte strippen
tegen terugbetaling in te leveren.
Wanneer niet op tijd betaald is, behoudt de overblijfcoördinatie zich het recht voor kinderen naar huis te sturen.
Ook zullen administratiekosten in rekening worden gebracht.
Voor overblijfouders en kinderen is een verzekering afgesloten voor wettelijke aansprakelijkheid.
Mocht u (mensen kennen die) – tegen een kleine vergoeding – de kinderen tussen de middag willen begeleiden,
dan kunt u altijd contact opnemen met de overblijfcoördinatoren.
Het overblijven is in 1985 ingevoerd als een voorziening voor een klein aantal ouders en kinderen.
In die tijd werd het overblijven geregeld door een vrijwillige ouder.
Anno 2009 heeft het zich ontwikkeld tot een bedrijfstak waarin alleen al op De Vlaamse Reus € 20.000,- omgaat.
Dit vraagt serieus meedenkwerk.
Er is een overblijfreglement, waarin voorwaarden, regels en afspraken staan opgenomen.
Iedereen die deelneemt aan het overblijven, ontvangt dit reglement.
Naast de dagelijkse overblijfcoördinatie is er ook een commissie die driemaal per jaar bijeenkomt
om de gang van zaken met de directie te bespreken.
Ook hier kunt u invloed op uitoefenen / verantwoordelijkheid voor nemen.
Neem contact op met de directie, dan kunnen we zien of er momenteel plek is voor iemand met uw kwaliteiten.

7.8 Voor- en naschoolse opvang
In het gebouw van De Vlaamse Reus vindt ook naschoolse opvang plaats.
Op verzoek kan ook gekeken worden naar voorschoolse opvang.
Daarvoor kunt u contact opnemen met de administratie.
Voor informatie over naschoolse opvangmogelijkheden in
Nieuw Sloten kunt u contact opnemen met
Impuls (tel: 020 51 58 888, www.impuls.nl) en/of
Dimemo (tel: 020 615 70 13, www.dimemo.nl).
In alle gevallen worden de kinderen voor schooltijd naar de school gebracht
en na schooltijd bij de school opgehaald.

7.9 Verzekering
De Vlaamse Reus heeft een ongevallenverzekering.
Deze is ook van toepassing tijdens het overblijven,
de schoolreizen, excursies en/of andere activiteiten binnen en buiten de schooltijden,
mits door de school georganiseerd.

7.10 Klachtenprocedure
De school hecht grote waarde aan een goede verstandhouding met de ouders
en doet er veel aan die te onderhouden.
Meningsverschillen zijn echter nooit uit te sluiten.
De Vlaamse Reus gaat van het standpunt uit dat daar altijd over gepraat kan worden.
Meestal komen ouders en school er dan samen uit.
Het kan echter voorkomen dat er een situatie ontstaat waarin de onenigheid niet wordt opgelost.
Als u zich als ouder onheus bejegend voelt, kunt u een klacht indienen bij de klachtencommissie.
Bij wet is een klachtenprocedure vastgelegd;
deze is op school ter inzage.
In het kort komt het hierop neer:
Als u er met de groepsleerkracht en/of IB’er niet naar tevredenheid uitkomt,
kunt u zich tot de directie wenden.
Komt u ook daar niet tot overeenstemming,
dan kunt u zich wenden tot op school aanwezige contactpersoon/-personen.
De contactpersoon kan u helpen bij het verhelderen van uw klacht en kan u van advies dienen
over eventuele vervolgstappen binnen de school of daarbuiten.
De contactpersoon lost in principe geen problemen voor u op,
maar brengt contact tot stand en helpt u verder op weg.
In het geval dat in de school geen mogelijkheden meer gezien worden,
kan de contactpersoon u aanraden zich – op bestuursniveau – te richten tot de vertrouwenspersoon.
Deze kan u bijstaan en adviseren en, als u dat wil,
kan hij/zij u doorverwijzen naar gespecialiseerde hulpinstanties.
In het uiterste geval kan de vertrouwenspersoon u adviseren een klacht in te dienen
bij de landelijke klachtencommissie.
Ook daarbij kan zij u ondersteunen.

Vakanties en verlofregeling
8.1 Vakanties, vrije dagen en verlof
De schoolvakanties worden door de overheid bepaald.
Daarnaast kan de school zelf – door het aanwenden van marge-uren –
vrije dagen vaststellen.
De vakanties en vrije dagen worden elk jaar in de schoolagenda opgenomen.
Als het vanwege het werk van (één van) de ouders niet mogelijk is om tijdens
de schoolvakanties met vakantie te gaan, kan in bepaalde gevallen door de directie
vrij worden gegeven voor extra vakantie (zie paragraaf 8.3).

8.2 Verlofregeling
Vanwege uitzonderlijke omstandigheden (ter beoordeling aan de directie)
kan een kind tot maximaal tien dagen per jaar extra verlof worden verleend.
U dient hiervoor – minimaal zes weken van tevoren – schriftelijk een verlofverzoek op school in te dienen.
Een formulier hiervoor kunt u bij de administratie ophalen en inleveren.
(formulier bijzonder verlof)
Er moet altijd een verklaring van de werkgever bijgeleverd worden.
De directie behandelt het verzoek en bepaalt of het – zoals bedoeld – onder de verlofregeling valt.
Als een langer verlof dan tien dagen per jaar gevraagd wordt, loopt dit altijd via de leerplichtambtenaar.
Het verlof mag niet aansluiten op een schoolvakantie.
Verlof dat wordt opgenomen zonder dat daar schriftelijk toestemming voor is verleend door de directie
of de leerplichtambtenaar wordt gezien als ongeoorloofd verzuim.
De directie is verplicht ongeoorloofd verzuim bij de leerplichtambtenaar te melden.
Deze kan proces-verbaal opstellen.

8.3 Melding van verzuim
Elke ochtend – vanaf 8.15 uur –
worden de afwezige kinderen door de administratie geregistreerd en later op de dag aan de directie doorgegeven.
Het kan gebeuren dat uw kind niet naar school kan, bijv. omdat het ziek is of naar de dokter moet.
Van de ouders wordt verwacht dat zij de school daarvan vóór 9.15 uur telefonisch,
mondeling, schriftelijk of via de website in kennis stellen.
Indien uw kind zonder melding uwerzijds afwezig is,
wordt door de administratie of directie telefonisch contact met u opgenomen.
De school wil zeker weten dat uw kind veilig thuis is.
Het kan natuurlijk een keer voorkomen dat u vergeet de school op tijd te informeren
over de afwezigheid van uw kind.
Doet u dat dan alsnog zodra het u te binnenschiet.
Als kinderen meerdere malen afwezig zijn zonder bericht of met een ongeldige reden,
dan wordt dat gezien als ongeoorloofd verzuim.
In zo’n geval is de school verplicht dat te melden bij de leerplichtambtenaar.

Afspraken
Tot slot nog enkele afspraken zoals die op De Vlaamse Reus gelden:
- Bellen met school of met uw kind kan uitsluitend via de vaste lijn.
Mobiel bellen stoort de les en het sociale proces.
Mobiele telefoons worden binnen school niet gebruikt.
De telefoons van kinderen dienen onder schooltijd uit te zijn.
- Bij voorkeur komen ouders lopend of met de fiets naar school.
Komt u toch met de auto houd dan rekening met de parkeerregels.
Wie dat niet kan, loopt de kans op een bekeuring.
- In de pauze eten de kinderen een boterham of een stukje fruit met daarbij een beker vruchtensap of melk.
Zoete dranken / etenswaren worden niet getolereerd.
- We leven graag in een schone wereld.
Afval hoort in de vuilnisbak en niet op straat.
Voed uw kind hierin op en houd uzelf ook aan die regel!
- In het bijzijn van anderen spreken we de taal die eenieder begrijpt.
In de klassen en op het plein is de voertaal Nederlands.
- De school doet er alles aan om de veiligheid, fysiek en sociaal, te waarborgen.
Alle activiteiten die dit streven in gevaar brengen, zijn verboden op school.
Dit impliceert o.a. dat het kinderen niet is toegestaan ín de school een pet, capuchon, sjaal
of ander kledingstuk c.q. kapsel te dragen dat het gezicht grotendeels of geheel bedekt.
Een leerkracht kan dan niet zien of een kind de les nog actief volgt.
Tevens zou een dergelijke gezichtsbedekking de gesprekspartner of groepsdeelnemer
de mogelijkheid geven zich te onttrekken aan toezicht/controle.
- Fietsen staan in het rek aan de oostkant van de school.
Zet fietsen worden goed op slot.
 |